Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZANGSPEL. 25

Zeg my wat dat je gaarne had.

MARTYN.

Dat is dat jy jou, dat je 't vatt', Ten eerften hier van daan zult fcheeren.

COLYN.

Wie, ik?...

MARTYN.

Ja, jy.

COLYN.

Kom, welk een praat!

Gy lagcht 'er meê.

MARTYN.

Neen , indedaad. Ik lagch'er waarelyk niet mede.

COLYN. Gy lagchc nog daar gy 't zegt.

MARTYN.

'k Lagch niet, 'kWil dat zulks met de daad gefchiedl

COLYN.

Wel nu , ik merk aan uwe rede,

Dat gy het waarlyk meent; welaan', Ik zal dan heenen moeten gaan.

'k Zal met de afrekening dan wachten,

Totdat gy 't zult geraaden achten. Dan, fchoon we fcheiden van malkaér,

Zal dit toch geen beletzei geeven,

D Dat

Sluiten