Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H UISGEZIN.

3

wederom na Desfau zullen vertrekken , liad ik, onder uw Hoogheids welncemen, wel begeerte om hen derwaarts te geleiden. Jonker Karei heeft my daar van zo veel fchoons verteld, dat ik, by Ja en by Neen, op myne voeten derwaarts zoude gaan, indien myne oude beenen my nog zo verre konden draagen, ■ Er zou aldaar een van de braaïïte Mannen woonen, die er op Gods aardbodem zyn; en het aanfchouwen van zulke goede Menfchen is tog dikwyls meer waardig, dan de fchoonlie Predikaatfie. Wanneer ik dat goede zie, 't welk zy gedaan hebben , en hoe onze lieve Heer het aan zynen zegen niet laat ontbreeken , dan bevangt my telkens de lust, om dat, op myne eenvoudige wyze, ook zo in 't klein naa te doen.

De G R A A V T N.

Uw verzoek weet ik nu reeds, Jakob, 't geen gy daar over nog verder te zeggen hebt, houd dat op uw hart; het is daar wel bewaard. Intusfchen verheuge ik my , dat 'er onder zo veele verzoeken , welke gy my hadt kunnen doen, één gevonden wordt, welk ik zelve, in uwe plaats, zou gedaan hebben, Gy moogt wel mede ryden, ik heb 'er niets tegen, en hoope, dat myn Gemaal 'er ook mede zal te vreede zyn. Maar ik weet niet of Jan, welA 4 ken

Sluiten