Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ 36 ]

Een van beiden derhalven is waar — of dat de Magiftraatsbefteïlinge door de Stad Utrecht, na den inval der oproerige Kennemers, faclo aan zig getrokken is — of dat zy dezelve, even gelyk de Hollandfche Steden, als een voorregt van den Bisfchop verkregen heeft, gelyk Bisfchop Ghye aan den Raad de magt gaf in den Jaare 1305 om jarelyks Schepenen te kiezen j doch dat het bewys daar van door den tyd is verloren geraakt.

Verkiest men het eerfte, dan erkent men eene aanmatiging door de Steden alleen, en in het laatfte geval eene afhankelykheid.

Het is wel zo, dat de Schryver der Erfgravelyfo bediening, en die met hem in gelyke begrippen ftaan, de Stedelyke Magiftraten houden voor Collegiën, zo oud als de Steden zelve, en nimmer afhankelyk, dan van de Ingezetenen,

en alleen hunne reprefentanten, dat alle invloed der Landsheeren op

de verkiezinge van deze Collegiën moet gehouden worden, als infracfien op de regten der Ingezetenen, en hunne Privilegiën, door het eigendunkelyk gezag der latere Graven veroorzaakt. Maar wanneer men de bewyzen van foortgelyke Schryvers aandagtig overweegt, zal men altoos bevinden, dat dezelve of te zwak of geheel irrelevant zyn, om daar uit de oppermagt en volftrekte onafhankelykheid der Stedelyke Magiftraaten te dedueeeren.

Wel is waar, dat de oudfte melding van Raaden , Beraders, Poortmeesters enz. op zulke voornaame Ingezetenen ziet, welke de Gemeenten reprefeiiteerden , hunne belangens voorltonden, en misfchien hier en daar door hun gekoren werden, om van hunnent wegen te verfchynen, wanneer zy voor Schout en Schepenen, dat is den oirfpronkelyken, doch Landsheerlyken Burgerlyken Magiftraat, ontboden werden, en dat, in deezen zin, de verkiezing van Rykdom , Vroedfchap, Wysheid, veeltyds door de Gemeente gefchiedde"; maar dat is de zaak in verwarring gebragt, in plaats van dezelve te ontwikkelen.

Want door deze aanftelling kregen de aangeftelden geen gewettigd Stedelyk beftier, maar werden alleen gequalificeerd, om in die zaken, waar in zy geraadpleegd werden, de alinge gemeente, die fomtyds zelve gehoord werd, te reprefenteren. Dit

maai integendeel,- uit naam en door ccncesfie van den Souverain; — Waaromme men nu met opzigt tot de Utrechtfche Steden daar in anders zou moeten concluderen, daar voor is geen reden, dan alleen, dat men onder eene Bisfchoppelyke Regéerirg zeker meer gelegen heid had, om het een en ander na zig te neemen, dan onder een Graaflyke. Doch dit verandert den waren aart der oirfpronkelyke conftitutie niet:

De Gemeente moge oudstyds, zo in Rolland als in Utrecht, het regt bezeten hebben om haren temporairen Raad te verkiezen, eerst wanneer zy, in byzondere gevallen van gewigt, opgeroepen werd, en naderhand uit krast van ontvanger, Vryheden, om eenen gedtiurenden Raad (geen permanente Raden, maar ten permanent Collegie, dit moet men wel onderfcheiuen) te hebben.

Evenwel was deze Raad zo wel als de Gemeente, waar door zy aangefteld werd en welke zy reprefenteerde, aan den Landsheer onderworpen, en mogt in den vorm der Stedelyke Magiftrature geen verandering maken, dan op zyn gezag, mogt geen Stedelyke Wetten of keuren maken , dan, behoudens het regt van den Heer.

Deze Raad nu beeft zig, bier meer daar minder, gefield (het zy dan jure of injuria) in de posfesfie van zekere Jura Majeftatica, welke zy oefent, maar uit dezelve kan, overeenkomftig den birfp'rpnkeiyken aart der Conftitutie, nimmer bewezen worden de radicale Souverainiteit" der Steden, en hunne onafhankelykheid van den Souverain der Provincie. zonder, de duidelykffe blyken van den ouden Regeeringsfonn dezer gewesten te infringeeren.

Al veronderftelt men derhalven, dat de verkiezing Van den Magiftraat hy de Gemeente is — daar uit volgt niet, dat de Gemeente geene onderdanen zyn van den Souverain, en met hunne Magiftraat van denzelven afhankelyk in alles wat hun niet nominatim competeert. Maar dan is her ook tevens zeker, dat zodanig een regt der Gemeen.e . aeenzims oirfpronkelyk onder de Jura Majeftatica behoort, maar eerst zulk een Jus Majeftatis geworden is door de wyze, op welke het hun door den Landsheer gefcbonken is, en mis nimmer als een ba» vvys voor een radicale oppermagt kan worden aangevoerd.

Sluiten