Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 KOMST DER HERDEREN

Al blonk van ouds uw lof ook uit

Door 't graf van Labans jongde fpruit. Schoon Boaz in uw' omtrek woonde,

Die vrind van Ruth en Noami,

Al voedde uw grond een' Ifiu', Al bragt ge een'herder voort dien 't lot tot koning kroonde, 't Heil van deez'nacht blinkt meer dan al 't gebeurde toonde.

Noch Babyion, hoe trots en prat,

Noch Palestina's fchoonlte ftad, Noch Rome met haar praalgeftichten,

Noch vorstelyk Jerufalem

Haalt by het nedrig Betlilehem: Vcor Davids ftedeken moet 's waerelds grootheid zwichten : Daar daagde een zon op, die alle eeuwen zal verlichten..

EEN OUDE HERDER.

KECITATIVO.

Wel, brceders, vind niet reeds uw aller ziel Zich fterk doordrongen van verlangen? Gloeit de yver thans niet op uw wangen

Om 't Kind te zien, opdat ge ootmoedig nederkniel',. En, met vereende lofgezangen,

Het zelve hulde doe door godlyk eerbewys?

EEN

Sluiten