Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *9 5

gaande, de uitkoomst van dien der vroomen vrede zal ziJ'n- • • ... III. ipi_iQ4

XXVII. Leerrede. 1 Samuels XXVII. 1—12.

David begeeft zich weder naar Gath; en verkrijgt van Achts de Had Ziklag ten verblijf. Hij doet een inval in 't land der Amalekijten. III. 197. volg. Billijk ziet en zorgt men vooruit, doch roem daar op te draagen, is dwaasheid. Hier aan maaken ook vroomen zich fchuldig. Dit deed ook David. 197-199- David, vol gepeins, vreest door Sauls handen te zullen omkoomen. Hij trekt naar Gath tot Koning Achis. Bij wien hij met zijn» manfehap koomt. 200-203. Vreemd verfchijnfel. Waar omtrent eemge bedenkingen worden voorgefteid, en beantwoord — 203-209. Hoe zich te Gath gedraagt. Hij verzoekt niet daar, te Gath; maar in eene der andere Heden te woonen. 209-211. 't Welk Achis bewilligt, en geeft hem Ziklag werwaards hij optrekt , en een' geruimen tijd blijft. Zeker voor hem een voorrecht; doch waar in Achis min voorzichtig handelt. 211-217. Aldaar zijnde,beoorloogt hij nabuurige volken. Veel buit gemaakt heb' bende, koomt hij tot Achis, die hem vraagt, waar hij was mgevallen. Waar op hij antwoordt; doch dubbelzinnif. Waar door Achis zich misleidt. Voords wordt onderzocht, of David zich hier hebbe gedraagen als een bedrieger als een ondankbaare - als een wreedaart - als onbevoegd — als ongehoorzaam tegen God -? Hoe deeze bedrijven van

David voor Achis konden verborgen blijven. III.217 27

Hier leeren wij : Dat vroomen, meer op rampen, dan op reddingen ziende, ligtelijk tot verkeerde befluiten koomen. III. 228. 229. Ook, dat uitmuntende heiligen ook hunne gebreken hebben. 230-232. Ook, dat gelukkige uitllag geen bewijs is van de deugdlijkheid der ontwerpen. 333-236. Als mede, dat God over de gebreken der zijnen, in liefde zwijgende, boven bidden en denken doet. 237. 238. Verder, dat men geleeden mishandelingen, niet ten nadeele van het algemeen belang moet wreeken. 238—241. En dat men ligtgeloovigheid , als zeer gevaarlijk, tefchuuwen hebbe. 241-243. Voords, dat verwachting te voeden, zonder grond, zich zeiven bedriegen is. 243-246. Eindelijk, dat vroomen in druk zich behooren te wachten van moedeloosheid. . III. 246. 247

XXVIII.

Sluiten