is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V O.

digheden, en derzei ver uitkoomst op te merken.

— 't Gaf al van ouds veel bedenking tegen het Godlijk beltuur, dat de onfchuldige door fchuldigen werd vervolgd, en de vroome door God zeiven werd gedrukt. Doch buiten reden.

— Dat God het harte ook der Koningen regeert. Davids verlosfing uit het gevaar, waar in hij zich te Catk bij Achis bevond, daar van een fpreekend bewijs.

— Ook een verblind zondaar kan zich inbeelden , dat God in zijn voorzienig beftuur, hem en zijne daaden begunftigt.

— Hoe God der boozen raad , den vroomen ten goede, kan verijdelen.

— Te recht fpreekt men van eene bezondere Voorzienigheid, in zoo verre God fomtijds door dezelve bezondere, zonderlinge gewrochten daar ftelt.

— Wij moeten fchijnbaare hertellingen der Voorzienigheid niet misduiden, om die ten regel van ons gedrag te ftellen in zaaken die tegen, onzen piigt zouden aanloopen. ....

— Dat God in zijne Voorzienigheid dikwijls dezelfden , die werktuigen waren ten kwaade, ten goede gebruikt. . . \\

— En dat God de fnoodfte bedrijven der boozen, ten goede van zijne Kerk kan doen ftrekken, dat den vroomen moet troosten. ....

— Wij moeten op % Heeren weg met ons, letten. Vooral de vroomen '.

— Ook des Heeren Oppergezusr in de befchikking van het zoo verfchillend lot der Volken, huisgezinnen en menfehen, eerbiedigen. V

— Gods heilig beftuur omtrent het zedenlijk kwaad. Davids raai in 't geval van Simei; de Heere heeft tot hem gezegd: vloek David, hoe te verdaan. . VI

— Dat de Heer regeert, en gewoonlijk door middelen, blijkbaar in Davids lotgevallen.

' P 2

227

D. Bladz. I.407.

lil 254-250'.

290.201.

43'. 433-

465.

512.

• 96.

133234'

• 79-

. 26.

95- Of,