Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L - S C II R I V T E N. 23

gemoedlijk betrachten van alle #c betrekkelijke pligten deczes levens, gemeenlijk door deeze zelfde groote Drangreden worden aangeklemd. Met écn woord; het gewoone en geliefkoosde onderwerp, welk ten allen tijde, en op alle plaatfen, zijne gedachten , zijne tong, en zijne pen beezig hield, was de Liefde van Christus.

Gefterkt en aangevuurd door deeze Liefde , ftelde hij zijne uiterfte poogingen te .werk, om de kennis van HEM dien hij' liefhad, te verbreiden , en getuigenis te geeven aan zijne Magt en Genade. Niets was in ffaat om zijnen moed te doen verflaauwen, of hem aftematten •— niets kon hem van zijnen pligt affchrikken, of van denzelven terug houden. En dit zelfde moet en zal altoos het heerfchend grondbeginfel zijn, in een' recht getrouw Evangeliedienaar. Al bezat iemand de taaien der menfchen en der Engelen, het fchranderst vernuft, de fchoonfte gaaven, en uitgebreidftc geleerdheid; indien hij niet door de Liefde van Christus gedrongen en beftuurd wordt, dan zal hij of niets doen, of niets met vrucht doen — hij zal onbekwaam zijn, zoo om het ongenoegen als om de aanlokfelen der weereld, te wederftaan — zijne ftudien en poogingen, zullen gewis door laage en eigenbedoelende inzichten worden aangezet — belang- of eerzugt moogen hem noopen, om te fchitteren, in de hocdaanigheid van Geleerden, Taalkenner, of Wijsgeer; maar zoo lang de Liefde van Christus in zijn hart niet heerscht, zal hij nooit genegen of in Haat zijn, om tot eer van God, en tot heil van onftervelijke zielen te arbeiden.

\ Het vervolg in het Tweede Stuk.~\

B 4 EEN

Sluiten