is toegevoegd aan uw favorieten.

Betoog voor de eeuwigheid der straffen in een toekomstig leeven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104 de algemeene zaligheid des

i. Indien de gedoemden in waarheid eene meerdere ftraffe verdienen, dan die, welke voldoende is, om hen alleen tot bekeering te leiden; als dan kan hun , overeenkomftig Gods rechtvaardigheid, in de daad ook meer worden opgelegd. Dat hun, overeenkomftig Gods rechtvaardigheid, eene ftraffe kan opgelegd worden geëvenredigd aan hunne verdienften, is iets, hetgeen van zelf fpreekt. Hen in zo verre te ftraffen, is geenzins onbeftaanbaar met Gods rechtvaardigheid; zo dat men dus de tegenwerping, uit de Goddelijke rechtvaardigheid tegen de wreekende ftraffen, als tegenovergefteld aan de die, welke enkel tugtigende zijn , geheel en al moet opgeven. Eene blootclijk tugtigende ftraföefening is zodanig eene, welke gefchikt is, en alleen bedoelt, om den zondaar tot bekeering te brengen. Eene wreekende ftraf daar tegen, is beftemd, om tot een teken van het Goddlijk ongenoegen te verftrekken, met opzigte tot het gedrag des zondaars, en dient tevens, om door dit teken van het Goddelijk ongenoegen dus zigtbaar aan den dag gelegd, het gezag der Wet Gods ftaande te houden; liet heil van het algemeen te bewerken, en dus ook tevens aan de volmaakte rechtvaardigheid genoeg te doen; terwijl het alleen aan de verdienften des zondaars moet geëvenredigd wezen. Ik kan niet zien, dat D o c t o r C h a ü n c ij in zijn ganfche Werk ons eene bepaaling van eene wreekende ftraffe gegeven heeft; iets het geen hij zeker had behooren te doen. Ingevolge de omfchrijving van den Ridder Ramsaij, betreffende de wreekende ftraffe Gods, is eene wreekende ftraf — „ Die bedeelinge van God, waar door hij

„ de