Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE. vu

gering, waardoor een van zijne in onbruik geraakte twaalf geloofsartikelen, ik meen de gémeenfchap der heiligen, maar eenigzins meer in gébruik gebracht en geo effent wordt. En daartoe is' 'ons genootfehap, buiten tegen fpr aak tot hiertoe nuttig gewesst, ën zal het, gelijk ik hope op den Heere heb, verder gezegend worden.

'Door hetgeen ik hier én in de redevoering gezegd héb, krijge ik misfehien bij fommigen het aanzien van een verdediger van al wat er van, het genootfehap is. Dog. dat ben ik niet. Daar is nooit iets goeds van menfehen bigonnen., of het heeft zijne gebreken. Evenwel is niet alles een gebrék aan een mensch of aan eene goede zaak, wat van fommigen i daarvoor gehouden wordt. De verjlandige yveet ook, dat fommige gebreken in eene goede zaak onvermijdelijk zijn, en zich zo indringen, dat tij niet kunnen weggenomen worden, zonder de zaak zelve te benadeelen. IVie nu het goede verdedigt, verdedigt 'die daarom ook de gebreken? Ik hou de mijA eigen Kcrkgenootfchap voor goed, ja voor het leste, maar zie, bij liet goede van God daarin, eok verfchéide gebreken. En wie ziet die niet? Als ik nu dit niijn Kerkgenootfchap verdedige, zoude ik dan ook moeten aangezien worden voor ten verdediger van desze/fs gebreken? In ons

Z^n-

Sluiten