Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*8 Verhandelingen over het

(2) Om dat, wanneer de weereldjnet aWcwforheid bedekt is, ons herte met een heilige vreeze Gods kan vervuld worden, onze zielen meer bedaard zyn, en wy vreezelyker bevattingen van God hebben. En daarom befehouw het verband: Zyt beroert en zondigt niet, fpreekt in ulieder herte op u leeger (*). Het leeger is een beeld en vertoontng van het graf, en op zulk ee*en tyd, als die is, kan een menfeh ernftiger en bedaarder in dit werk zyn. De Koninglyke Dichter David zegt: Zelfs onderwyzen my myne nieren (j). De zin is dat de inwendige gedagten van David Hem een Godgeleerde les voorlaazen.

4. De dach des Heeren is een tyd tot Overdenken. Zoo behoorde elk Chriften gefield te zyn, dat zy op den dag des Heeren in den geelt waaren. Op dien dag, wanneer onze Zahgmaaker uit het grafopftond, moeiten onze zielen ten Heemel opvaaren.

Bedenk by uzelven, dat des Heeren dag een voorbeeld van den Heemel is, en het'aanfchouwen is het werk van den Heemel. De ruft van dien dag is maar een kort begrip v?;n die lange eeuwigheid, welke de Heiligen byGod genieten zulten; en de beezigheid van den Heemel is, aanfehouwen. De verheerlykte geeflen hier boven zyn altyd werkzaam m eene ftandvastige befchouwing en overweeging van de oneindige heerlykheid van God. Indien nu de dag des Heeren een voorbeeld van den Heemel, en de Godvruchtige Overdenkingen het werk van den Heemel is, dan is zeekerlykdeezen dag den allergefchiktften tyd tot Godvruchtige 0verdenkingen.

Dan

(♦) P/alm IV. 5. (f) P/alm XVI. 7.

Sluiten