Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïó4 NATÜÜRLYKE HISTORIE

u deswegen wel degelyk verblyden, want ik zal u, ten minfte , tusfchen de zes en acht honderd zo groote als kleine dieren leeren kennen , voelen daarvan zult gy leevende, eenigen in myne verzameling , en eenigen afgebeeld zien. Visfchen en kikvorfchen , fchaapen en leeuwerk vogelen en wonnen zullen wy zo naauvvkeurig leeren kennen, als doenlyk is.

Zo 't u gevalt myn Heer, wenschte ik voor alles eenige algemeene denkbeelden van het Dlerenryk te erlangen. — Zeer wel myn Ernst, dit was ook myn voorneemen. — Al, lieve kinderen , wat zich beweegt, wat leeft en gevoelt, en zich vry willig van de eene plaats naar de andere kan beweegen, noemt men een dier; echter zyn 'er ook verfcheiden dieren, die zich niet van hunne plaats kunnen beweegen, gelyk de zeetulpaan en meer andere wormen. — Hoe is dit dan beftaanbaar, goede Heer, me tden algcmeenen ftelre-gel. — Zeer wel, als men het woord beweegen maar in een' gepastcn zin verfiaat, vcor vry willig, want alfchoon de zeetulp ten opzichte van haar huis en wooning , aan de rotfen kleeft en dus niet wel plaatsveranderend kan genoemd worden, zo beweegt het dier nochtans zyne ledemaaten vry, ja is zelfs, ftrikt genomen, plaatsveranderend, want zulk een dier van de rotfen afgeflagen , hecht zich wederom aan eene andere plaats, zo dat het dier dan evenwel in

een'

Sluiten