Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 NATUURLYKE HISTORIE

heeft nu den vogel met zyn naam genoemd ? — Laat zien het Itukje koekkoek. — Onze Jan lief, koekkoek. — Gy raadt het. — Ziet daar; kinderen, heb ik u nu niet een lief grapje geleerd? — Ja wel myn Heer, en het lieflte is, dat het ons te gelyk ter zoete verfnapering (trekt. — Maar hoor Abelaartje, mag ik u ook wel eens wat vraagcn ? — Ja wel Mietje. — Hebt gy de koekkoek wel ooit in de Mei hooren roepen? — Wel ja Mutje, hy begint altyd in de Mei te roepen. — Mis mis Abelaartje. — Hoe zo jonge Jufvrouw ? — Raad het. — Hoor A:.elaartje, ftil, hy roept nooit woordelyk, de Woorden in de Mei. — Daar is Kareltje langtong weêr. — Nu vat ik het Juffertje. — Olyk meisje, gy geeft geen kamp. — Ik zeide u dit airede, myn Heer, dat zy nog wel wat wist. -» Maar Mietje, ik wenschte wel, dat gy wat beleefder uw broêrtje Karei berispte , men zegt het zo ligt niet langtong, het kon wel wat befcheidener gefchieden. — Nu dan, vergeef my Oome, hy fprak voor zyn beurt. Doch ik zalmy in het vervolg wachten, hem openlyk te berispen. — Dat is zoet. — Nu myn Heer, zy hadwaarlyk geen ongelyk. — Hoort kinderen, gy weet dan dat de koekkoek dur heet, omdat hy koek koek reept; hoor eens de hiftorie van

DEN

Sluiten