Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over PSALM CXLVI: vs.. ï. 5

Eene (toffe, die mij thands niet ongepast voorkwam, op het ftuk in onze vorige Leerrede over de Parabel van den Zaadzaaijer.

VERDEELING.

lil de behandeling van deze Stof, zal ik

A. Kortelijk den zin, en bedoeling van den Digter in deze woorden, onderzoeken.

B. Dan de zaak zelve , wat nader overwegen.

VERKLARING.

A. De Heere (getuigt de Digter) opent de togen der blinden. In den Grond - Text ftaat wel het woord oogen niet uitgedrukt , gelijk de aanvulling tusfehen twee haakskens , in onze vertaling aanwijst; wij lezen daar alleenlijk , de Hetre opent de blinden. De zaak evenwel fpreekt zoo van zelve ; te regt derhalven wordt dit van enze overzetters zoo aangevuld: de Heere opent de oogen der blinden.

I. De HEERE dan, zegt hij , de Jehovah, die in het 4de vs. de God Jacobs genoemd was; die God , die Heere

II. Opent de oogen der blinden. A, in 't Lighamelijke

A 3 x. Is

Sluiten