is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondlegging der christen kerk, benevens haare gesteldheid en lotgevallen geduurende de eerste eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Grondlegging I. Boek.

3« Zij wraakten de vrijheid zijner verkeering. Jesus gaf aan elk een' vrijen toegang, en <*ewaardigde omtegaa'n, en te eeten, met elk die Hem noodigde. Hij maakte geen gebruik van die itrengheden, welken in het oog van zwakke en bij^eloovige gemoederen eenen fchijn van Uitmuntende heiligheid vertoonen. Hierom noemden zij Hem eenen vraat en wijnzuiper , eenen vriend van tolleriaaren en zondaaren(n); dat is, zoo als zij het wilden verftaan hebben , eenen medgezel van zulk Üach van menfehen , en die hunne boosheden met oogluiking verdroeg. —- Niets kon zoo valsch en verdicht, zijn, niets was zoo gemaklijk te wederleggen, als deeze beichuldiging, wanneer het volk Uegts naauwkeurig onderzoek wilde doen. Maar, daar dezelve vooulkwam van Leeraars, die wegens hunne gewaande zelfverloochening zeer hoog geacht werden, en daar Jesus doorgaands gevolgd werd van veelen, met welken het eene fchande werd gerekend gemeenfehap te oefenen, kon het niet misfen, of deeze bedenking moest bij ligtgeloovige en onkundige menfehen. eene gro.ote kracht hebben,

-4, Eene voornaame tegenbedenking ontleenden zij van den geringen ftand zijner volgeren. Deezcn waren voor het grootfte deel Galileërs, een ve.iacht volk ; en onder deezen nog van

den

(«0 Lukas Vlh 34..