Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VÖÖRBERIGÏ.

JU' e reden en het oogmerk van dit mijn Gefchrift, zoo als elk uit deszelfs leezinge zal gewaar worden, is in het geheel niet, om mij met eenig mensch in gefchil te hegeeven.

Zelfs is het, mijnes inziens, niet mogelijk, dat iemand, het zij hinnen, het zij huiten ons Kerk-genootfcbap zijnde, zich met eenige billijkheid tegen mijnen arbeid zou kunnen aankanten.

Want wat leden van Christen gezindheden belangt, die zicb met onze Hervormde Leere niet kunnen vereenigen; deezer gefchriften, offchoon ze dagelijks in groot aantal te voorfchijn komen, worden door mij, mei voor dagt, niet genoemd, veel min beoordeeld, of wederlegd.

Ik laat allen, die buiten ons zijn, zoo veele vrijheid 'om te gelooven, het geen ze meenen de waarheid ti zijn, als niemand het mij en mijne geloof genoot en kan betwisten, dat wij op gronden , welke, naar ons inzigt, de Bijbel zeer duidelijk leert, en eene gezonde Redenk'uh'de moet erkennen, onze hoop op eene Genade van God in Christus bouwen, welke zicb nooit omtrent eenig, mensch zou hebben kunnen uitlaat en., indien ze niet door eene Regcveerdigheid, waar aan Gods eigen Zoon, in zijne aangenomenè mènscbbeid, in alles voldeed, tof hét eeuwige leven heerschte.

En wat lieden van onze Kerke aangaat. Deeze zouden broederlijk kunnen verfcbillen van bet een of ander bet welk ik in bet Derde Hoofdftuk beweer; maar te* z geri

Sluiten