is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SS J. VAN tOO

worden , zyn 'er nauwlyks twintig , die fteek kunnen Houden; en het geheele ftelfel wordt niet in verbintenis gebragt met het gezond menfchenverftand , niet belangryk gemaakt, niet aan onze dringende behoeftigheden aangeknoopt. Dit wonderbaar mengelmoes van waarheid en onwaarheid wordt hun voor egt Christendom verkogt;

* zij houden het daarvoor, en hoe kunnen zij anders?

„ Maar —r— deeze jonge lieden waslën op , zij komen onder menfchen, zij hooren tegenwerpingen maaken tegen 't geen zij voor Christendom hebben aangenonien, hun valt een boek in de handen, waarin zij die zelfde bedenkingen, en nog andere meer vinden, zij beginnen ook na te denken, ook tegenwerpingen te maaken. -

.- En ziet, veele dingen, die zij ter goedertrouwe als wel beweczen onomftootelijke waarheden aangenomen hadden, komen hun nu onbeweezen voor, en zij zijn het ook; in zommigc voorftellingen vinden zij ongerijmdheid, en het is ook zoo; en in het geheel belpeiircn zij dat licht, die verhevenheid, die belangrijkheid, dien famenhang met hunne behoeftigheden niet, welke 'er , naar de infpraak van een donker gevoel huns harten, in een goddelijk onderwijs zijn moet. Wat wónder, dat zij ecu verkeerd logisch belluit maaken , en het ganfche Christendom in verdenking nekken, om dat zij zich met die meuschlijke Voorftellmgen, welke hun van 't zelve zijn opgedrongen, onmogelijk vereenigen kunnen? Wat wonder., dat zij in onverfchiliigheid omtrent eene leer, die zij als onbeweezen, onverftaaubaar en ongerijmd befchouwen, langfamerhand wegzinken ? Wat wonder , dat deze onverfchiliigheid in wanfmaak ontaart, waar uit eindelijk eene hardnekkige, diep ingevreeten afkeerigheid geboren wordt, van welke de hoogfte Erbarmcr hem alleen geneezen kan ?

't Is waar, zij moeten zich voor overijling in hunjie gevolgtrekkingen wagten; —— maar zij liaan niet meer op de regie plaats, waarop men ftaan moet, om de Leer van Jefus wel te beoordeelen. Hun gezigtspunt is verhit. Zij zien de wanftaltige gedaante , waarin hun die fchoone leer is bekend gemaakt , voor de leer zelfs aan, en zij kunnen deze twee , zo zeer onderfchéiden , begrippen niet meer van elkander afzonderen in hunne voorflellingen. Maar waarom zien zij die leervorm niet eens over? Waarom vergelijken zij ze niet met den Bijbel? Ja, dat zouden zij wel doen, indien zij niet gebonden waren aan hunne vooroordeclen en driften. Zij leeven nu in een

bc-