Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

be levens van plutarchus.

die van lycurgus en solon te betoogen, des gezegd hadt, en fchiepen daar meerder lichts: immers deeze Heer laat zich dus hooren: „ Solon's Wet, dat, in Volksbeweegingen , elk verpligt was party te kiezen, en dat hy, die zyne veiligheid in de onpartydigheid zogt, infaam was , is zeer door plutarchus afgekeurd , maar door anderen gepreezen (*). — Zonder my, egter, in 't breede over deeze Wet uit te laaten , dunkt my, dat dezelve een gevolg is van eene volftrekte Volksregeering. Waar toch elk op de algemeene Vergaderingen Hemmen moet, over de zaaken aldaar voorgedraagen , kan niemand zich onttrekken, zyne gedagten te zeggen over heerichende onlusten , of oproerige beweegingen , zonder zich aan zyne verplichting als Burger te onttrekken. Uit dit oogpunt befchouwd, ftrookt deeze Wet met den Atheenfchea Regeeringsvorm, maar past niet op anderen (!)"•

Plutarchus van de Verdeeling der Burgeren in 'vier Rangen , die allen deel hadden aan het beleid der gemeene zaaken, door het bywoonen der Volksvergaderingen , en de zitting in de Rechtbanken, gefprooken hebbende, voegt 'er by. De Verordening , by welke solon aan alle zyne Medeburgers , zo veel mogelyk, aandeel gaf in de beheering van het algemeen belang, draagt hy zelf, en van zich zeiven fpreekende, in deezer voege voor:

„ 'k Heb

(*) Zie over dezelve bodin , de re publica Lib. IV. p. m. ?6o. Meurs Them. Att, Lib. I. c. 12. Petit Comment. in L. L. Att. L. VIII. Tit. 4. Waar men ook zien zal, dat de Oude Schryvers verfchillen in de bepaaling van de ftraf op deeze misdaad. Verg. ook taylor Leü. Lyf. c. XI. p. 718. 719.

(f) Men kan hier nog byvoegen , dat , volgens gelliüs , N. A. L. II. c. 12. deeze Wet eigenlyk plaats hadt, fi ob discoraiam, disfenfionemque, feditio, atque diseesfio populi, NB. in dwn partei fieret, & ob eam caitfam, irritatis animis, utrimque arma 'capientur pugnabiturque. Ik kan egter niet nalaaten, hier by te voegen eene aanmerking van een Fransch Schryver. Ily zegt: Cctts loi me paroit didtée par les vues d'une profonde politique ,' elle femble, augmentes la confu/ion; en la rendant univerfelle; c'eft de Ia. totalité de eet te confu/ïon, que doit naitre Tordre. Elle fait encors mieux-, elle crée une autorité muvelle, lor [que la première deveint impuisfante. Des corps politiq. Lib. VII. Ch. 7. En zeker, zo dra in een Volksregeering elk party kiest , blykt het ras aan welke zyde het overwigt der meerderheid is. Dan „ of solon zo verre gedagt heeft , zoude ik niet durven be. paaien*

R 2

Sluiten