Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3l6 fiEIMtNEEL PBOCES, TEGEN W. L. VAN WARMELO.

wegens zyn gehouden gedrag in de laatstafgeloopen troubles, teekent voor Straffe mits hy boven dien gehouden zy om inwendig vier weeken naa Pronunciatie deezes alhier in Judicia in te leveren een door hem vertekend Declaratoir , behelzende zyn berouw en leedweezen over deszelfs gehouden gedrag in de laatfte troubles, betrckkelyk zyn onberaaden yver en ongemefu'reerêe expresfien; met verzoek van vergeeving deswegens, en met plegtige belofte, de tegenwoordige alleen wettige Conftitutie van Regeering in Overysfel te zullen agnosceeren , en dezelve , al% eok den Heer Erfftadhouder, te zullen refpeSleeren; met inti- ■ ■matie , dat , by aldien hy mogt naalaatig zyn , voorfchreeven Declaratoir op den beftemden tyd in Judicia te exhibeeren, hy liy en uit hoofde deezes zal worden gehouden van zyn Post als Predicant te zyn vervallen , met condemnatie, in alle gevalle, in de kosten der Procesfe, tegen hem aangewend, ontzeggende I den Aanlegger ratione officii zynen verderen eisch en conclufie.

Be TJitgeevers melden, in hun Voorberigt, „ dat de Eerw. „ warmelo zich zeiven afvroeg,waar toe hy bevoegd, en wat „ hy verpligt, was? en zyn tydlyk beftaan, dank zy den Braa„ ven! behoefde hier by in geene aanmerking te komen. Over- \ „ tuigd, dat hy fteeds een driftig Voorftander vau zyne. Party „ was , konde hy zich in gemoede niet vry kennen, dat in „ voorige tyden van gisting zyn yver nimmer onberaaden, en „ zyne expresfien altyd ongemefureerd waren geweest; en hy „vondt dus, naa een bedaard overleg, vryheid genoeg, om

de gevergde algemeene verklaaring daaromtrent te kunnen „ doen. Over het verdere van het Declaratoir, aangaande de „ Conftitutie, behoefde hy niet te denken, als reeds in foortH gelyke bewoordingen by den nieuwen Eed naa de Revolu» „ tie met andere Amptenaaren door hem gedaan. En hoe

zeer nu de Gecondemneerde tevens de onaangenaamheden „ gevoelde, welke altyd met zodanige Declaratoiren vergezeld „ gaan, zo vondt hy, zynen pligt hier tegen (tellende , daar „ in echter geene reden genoeg , om zich uit dien hoofde ,, alleen te mogen onttrekken aan de wenfchen zyner Gemeen„ te, en zich zeiven tot een ongefchikt en onnut Lid des: ., Maatfchappy te mogen maaken."

De Procesftukken zelve met de Ondervraagingeu hebben al het verveelende van dit foort van Schriften. Wy hebben ze geleezen, in de verwagting dat onze aandagt 'zou verleevendigd '\ worden, door byzonderheden over de bekende Gebeurtenis met de Stad Hattem aan te treffen, welke men elders te vtrgeefsch < sou zoeken; doch wy hebben ze niet gevonden.

Sluiten