Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520

C. C. F. VAN DEU. AA ,

veriland nu wederom aa» haar voordek , voor dezelfde houdt, die zy' voormaals hadt bevonden. En, hoe zou de Ziel loon of ftraife kunnen ontvangen, indien zy zich 'haare voorgaande daaden niet konde herinneren? 't Zy zo, dat het beloonen en draffen eerst naa de Opftanding zullen worden uitgeoeffend. Geen fchyn van reden nogthans is 'er, om zich te verbeelden , dat God aan de Ziel zo lang haar natuurlyk denkvermogen, zal beneemen, en eerst ten jongden dage het Geheugen aan haar zal wedergeeven. De Ziel, van het lichaam gefcheiden, zal derhalven zich haarer tegenwoordige gedagten bewust zyn, en daarenboven voorgaande denkbeelden herinneren. Vraagt men, of deeze herinnering,toegepast op voorgaande overtreedingen, op agtergelaatene ongelukkige Vrienden , enz. de gelukzaligheid niet zal hinderen; het antwoord is, dat genomen, het geluk worde hierdoor minder, het zal niet geheel kunnen worden weggenomen: vooral, uit kragt van de vergeevinge der zonden. En wat aangaat het gedenken aan agtergelaatene ongelukkige bloedverwanten; 'er is geene reden om te denktn, dat de Zielen der Gezaligden zich over dezelve zullen be» zwaaren, uit hoofde van het duidelyk inzigt, welk zy zullen hebben, dat het affcheiden, aan beide zyden, veel nutter, dan het byeen blyven, is, en 'er, daarenboven, een tyd van hereeniginge voorhanden is. Met dit alles zullen de Zielen der Vroomen, omtrent hunne Kinderen, Echtgenooten en Vrienderi, niet onaandoenlyk zyn, maar veel meer een? redelyke liefde jegens dezelve behouden. Van hier, dat zy, in den afgefcheiden ftaat, voor dezelven, tot God gebeden zullen opzenden; welke, even als in dit leeven, den Heere niet mishaagelyk weezen, maar, indien ze naar zynen wil zyn, zullen verhoord worden. Voorts zal het Geheugen niet het eenig werkzaam vermogen van de Ziel eens Vroomen zyn ; zyn Verftand, zyn Oordeel, zyn Inzicht in zaaken, zal zich ook geduurig oeffenen, en werken, door het verkrygen van eene veel duidelyker, uitgebreider, grondiger, leevendiger en beftendiger, kennis van God, dan hier mogelyk was. Al hetwelk aan de Ziel, tot aan den jongden dag, overvloedige doffe zal verfchaffen, die, door derzelver verfcbeidenheid, haarrnooit zal afmatten, en, door haare -klaarheid, fchoonheid en nuttigheid, geduurig zal vermaakw. Behalven de nu gemelde bron van gedagten 4

ont-

Sluiten