is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

villaume

„ van mandeville , senault en rousseau, hier toe „ betrekkelyk, en de gedagten des laatstgenoemden daar „ omtrent. Alle Deugd rust op het zedenlyk Bederf. Onweetendheid, beperktheid onzer kennisfe, is de grond ,, van de Verbeteringe onzer Verltandelyke Vermogens. „ Over de Onverzaadlykheid der Lusten, en de Onmaa-

tigheid der Hartstochten. Over de Ydelheid , Eerzucht,

Eergierigheid, Eigenbaat, Toorn en Dweepery, en dat „ de laatfte • beter is dan Onverfchilligheid in den Gods„ dienst , nevens de gezegden van rousseau en vol„ taire daaromtrent. Manier, op welke men het Volk ,, moet verlichten. Over de Vreeze, en of in dezelve ,, ook Liefde zy , door een Voorbeeld opgehelderd. Over

de Liefde. Van de Hartstochten der Jeugd. Over de ,, Eigenzinnigheid." Naa alle deeze grondltellingen, van Brief XLV1I1 — LIV te hebben overwogen , leidt de Schryver daaruit dit gevolg af: „ Uit dezelve, (te wee,, ten , de Bedenkingen over het Nut des Zedenlyken „ Kwaads) blykt dan, dunkt my, ontegenzeggelyk, dat ,, het Zedenlyk Kwaad niet alleen zyne groote Nuttig-

heden heeft in de Waereld; maar ook, dat het, zon-

der het zelve, 'er maar zeer fober zoude uitzien met ,, het menschdom. Men heeft de zonde (dus gaat hy

voort), langen tyd , aan den val van aoam toege„ fchreeven. Dit gevoelen verraadt een even groot ge„ brek aan Wysbegeerte als Menfcbenkennis. Indien

het echter zodanig zyn mogte, dat de zonde door den ,, Val van aoam is in de waereld gekomen —— niet om „ dat die de eerfte, maar wel om dat zy de eenigste s, Bron zoude zyn van alle Zedenlyke Verdorvenheid —, 3, dan kan men ook zeggen, dat de VaJ van adam het

grootfte Geluk is, het welk den Mensch ooit te beurt „ kon vallen.

„ Ook heeft men den Duivel voor den bewerker van , „ die eerfte zonde gehouden —— m waarheid , men „ heeft hem daardoor wel veel eer beweezen. Zo hy „ flim ware , en uit nyd niet wilde toelaaten , dat de ,, Menfchen den goden gelyk wierden, dan had hy zich ,, moeten wagten , om den mensch te verleiden. Zyne ,, boosheid is hem zeer kwalyk bekomen; want daardoor, ,, dat hy cle Zonde en het Lyden in de waereld gebragt „ heeft, heeft hy juist dat geen uitgevoerd, waar voor hy „ zo zeer bevreesd was ; by heeft, daardoor, de Men-

„ fcheri