Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DE WETTEN VAN CHRISTUS* &2f

noodzaaklyk, het Voorftel van Apostel jacobus onder zekere bepaaling te verftaan. De eenige vraag is, welke die bepaaliug zyn zal? Verichillende Uitleggers hebben onderfcheidene bepaalingen voorgefteld; en zy,die daar over voldaan zyn (gelyk 'er veelen, buiten twyfel, gevonden worden,) hebben niets verder te zoeken»- Maar, dewyl 'er, gelyk ik weet , eenigen zyn, die om meerdtr lichts, omtrent dit onderwerp wenfehen* zal ik van hun verlof verzoeken , om hun mede te deelen, wat, naa de allernaauwkeurigfte overweeging van deeze waarlyk moeilyke Plaats, my voorkomt de waare en fchriftuurlyke zin van dezelve te weezen. Het ftuk is zeker van aangele¬

genheid, en onzer ernftigfte aandagt waardig. Het is geert, ftuk van loutere weetgierigheid en onvrugtbaare befpiegeling. Het is een ftuk waar by wy allen het hoogfte belang nebben,en de beilisfing daar van moet,van liet hoogfte gewigt zyn voor elk zedelyk werkend weezen, dis zich verbonden rekent door de Voorfchriften van het Éuangelie , en uitziet op de Belooningen op derzelver onderhouding toegezegd (*).

Het zal, in de eerfte plaats, noodzaaklyk zyn, vooraf aan te merken, dat door het jtruikelen in één fluk niet gedoeld wordt op eene enkele toevallige Pligtso vertreeding »

(*) De onderfchelde meeningen, welke verfehillende Uitleggers aan de woorden van jacobus gegeeven hebben , worden door den Aardsbisfchop seckek. opgegeeven, met de naauwkentigheid, oordeel en klaarheid, hem eigen , Vol. VII. Sernu Uh De algemeenfte verklaaring , welke zeer bekend is , heeft Bisfchop sherlock voor geheel onvoldoende gehouden, eti, in üe* de van dezelve, heeft die Eerwaardige Prelaat eene andere gegeeven, Vol. I. Disc. XVIII. p. 34.7, welke men ook kan vinden by st. augustin'us , die den inhoud met deeze woorden heeft opgegeeven. ,, Plenitudo Legis efl charitas, ac

„ per hoe qui Mam legem fervaverit , ft in uno offenderit , fit ,, omnium reus, quia contra charitatem facit unde tota lex pendet" August. Op. Tom. II. Ep* 29, ad Hieronymum. 't Is zeer mogelyk dat de Bisfchop, zonder ooit die plaats aangetroffen te hebben, toevallig in denzelfden denktrant gevallen is. Maar „ niet tegenftaande het vereenigd gezag deezer twee geleerde Mannen , doen 'er zich, myns bedunkens, onoverkomelyke zwaarigheden op tegen hun gevoelen; waar mede ik, nog' thans, het niet noodig keur, voor tegenwoordig den hsèiU bezig te houden,

Q. i

Sluiten