is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DB FLORIAN. »3

Dus fpreekt ze. Eilieve, zuster! zeg, Wat doet gy hier, alleen op weg? De Waarheid antwoord haar: Gy hoeft dit niet te vragen: 'k Verkleum van koude; ik fmeek vergeefs aan elk, datby My huisveste: ieder fchrikt voor my. Helaas 1 't is my te klaar gebleken, Een oude Hoof word niet geacht. Gv zyt nochtans, myn jonger, naar ik reken, Hervat de Fabel weêr, en, zonder groot te fpreken, Ik word zeer wel onthaald by 'c menfchelyk geflacht. Maar, jufvrouw Waarheid! uit wat reden Wilt ge ook zo naakt ten voorfchyn treden?

*t Is niet zeer wys van u gedaan. Zie daar, laat ons dit zien re vinden; Laat één belang ons bei' verbinden, Sla myne mantel om, en laat ons famen gaaa. Ik zal, om uwent will' myn trekken

Geenszins by wyzen zien verfmaad; Gy zult, om mynent will', by gekken Ook niet veracht zyn, of gehaat. En ftreelende, op die wyz', dus elk naar zyn verlangen, Dank uwe redenkracht, en myne zotterny! Vertrouw, myn waarde zus! dat wy Ons gunltig zullen zien ontvangen, Als ge in gezelfchap gaat met my.

•Üf-

De fpelling van de beide Vértaalers is verfchillende. —— Beiden reden kunnende geven van de gegrondheid hunner aangenomen taalregels, kwamen zy overeen, dat niet de één zich aan des anderen regels onderwerpen , maar liever ieder zyne eigen fpelling behouden, zou: „ en uit dit verfchil (zeggen zy in het Voorbericht) kan de Taalkenner, die 'er belang in ftelt, " ontdekken, wie van ons beiden deze of geene Fabel vertaald ' heeft." Daar wy dierhalven deze aanwyzing hebben, vordert de billykheid, dat wy ook eene proeve geven van den arbeid des anderen Vértaalers, en ook eene door hem vertaalde Fabel, met het oorfpronglyke van florian , mededeelen. Wy kiezen daar toe de volgende:

le vieux arbre ET LE JAttDINIER,

Un jardinier, dans fon jardin,

Avoit un vieux arbre ftérile. Cetoit un grand poirier, qui jadis fut fertik. Mak U aviit vitilli: tel est notre deftin,

F 4 **