is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot verdediging van den christl. godsd. 93

ïioofdbewys voor de verborgenheid der Drieö'enheid gelegen is. Wy hebben een aantal wichtige getuigenisl'cn voor dit, kenmerkend leerftuk onfer Kerk, 't welk dus, gelyk elk uit het gezegde op kan maken, niets by de Kritiek verliest; maar veeleer door haare navorlchingen bevestigd wordt." By deze gelegenheid betuigt de Schryver, in eene Aantekening, zyne verwondering over het gezegde van van hemert, dat 1 Joh. V: 7 de eenigfte plaats zou zyn, waarop zich de verborgenheid der Drieëenheid grondt.

§. 9--11. wordt' de bedenking opgelost, dat het onderzoek naar de echtheid of onechtheid van de aangenomen uitgaaf der H. S. niet voor afgedaan gehouden kan worden, voor dat alle, handfehriften van eenige waardy vergeleeken zyn; en dat men zich dus tot zoo lang toe in eene pynlyke onzekerheid bevindt, omtrent de gegrondheid der leere.

§. 13—14. bevatten de beantwoording van twee andere bedenkingen, waar van de eerfte uit de faalbaarheid der Oordeelkundigen, en de andere uit de grondftclling der Kerke, dat de H. S. volkomen, in allen deele volkomen, tot ons gekomen zy, ontleend worden.

§. 15. bevat eene waarfchuwing', aan Euangelie-predike'rs, om met hunne Oordeelkunde niet op den Kanfel te praaien.

Derde deel, over het vereischt gebruik der Kritiek in de behandeling der H. S., geftaafd door voorbeelden van onfen tyd. Deze afdeeling dient, I. Om aan te wyzen, wat het werk der Kritiek zy; II. Om de hulpmiddelen, waar van zy zich daartoe bedienen moet, op te geven; en eindelyk, III. Om de wyze te bepaalen, op welke zy dezelve dient te gebruiken.

§. a—5. Het werk der Kritiek is, 1. de echtheid dier Boeken, welke in den bundel des O. en N. T. voorkomen, te beoordeelen: 3. het al of niet oorfpronglyke van de taal, welke thans voor de grondtaal der Bybelboekeu gehouden wordt, te onderzoeken: 3. de echtheid van byzondere, zoo kleine als groote, gedeelten der Bybelfchriften , en zelfs van enkele wou reien, te beoordeelen: en eindelyk 4. dc orde , fchikking, en verdeeling der reden en woorden in een boek te beoordeelen.

§. 6—37. De hulpmiddelen, waarvan men zich daartoe bedienen'moet, zyn, 1. Handfehriften, in de beoordeeling van welker waardy en gezag wy vooral onderzocG 3 ken