Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DB GEREFORMEERDE KERK. 237

het gebruik van andere hulpmiddelen, zig oefenen, daarom moet het niet alleen de ftellige waarheid, maar ook de Zedekunde, bevatten. Zonder dat word dezelve geert voorwerp van hunne oplettenheid en onderzoek. Het is niet genoeg, dat in een enkel hoofddeel eenige aanleiding worde gegeeven, om ook aan de Zedeleer te denken ; maar dezelve moet in het Vraagboek zo veel plaats beflaan, dat de Onderwyzei\gelegenheid heeft, om, naar het gewigt van het onderwerp, daar over te handelen; dat de Leerlingen bezef van deszelfs aanbelang worde gegeeven; dat zy daar door aanleiding krygen om geen minder tyd aan de beoefening der Zedeleer, als aan die des Geloofs, te befteeden. Zulke Vraagboeken beginnen 'er te komen; dat van den Heer tilanus, b. v., verdient allen lof. Wordt het veroordeeld van zulken, die alles voor even noodzaakelyk houden, en geene Menschkunde in hun Onderwys gebruiken; zy, die de leere van Jefus en het fylthema behoorlyk weeten te onderfcheiden, danken daar voor den Opfteller, en hoopen, dat de tyd haast komen zal, op welken men meer dérgelyke Opftellen zal zien te voorfchyn komen. Was de kragt der vooroordeelen nog maar niet zo groot, dat veele, die anders wel zouden willen, zulk een boek in hunne Catechizatien niet durven gebruiken, om niet voor onverfchillig omtrent verfcheidene Stukken van de leere der Kerk te worden aangezien. Ook heeft men zedert eenigen tyd aan een zoort van Vraagboeken beginnen te denken, die, naar myne gedagten, ter onderwyzing der Eenvoudigen zeer gefchikt zouden zyn; zulke namelyk, waarin de waarheden en pligten van het Christendom uit de Bybelfche Historiën worden afgeleid. De Eerwaarde van den ïerg heeft aan die taak de eerfte hand gelegd. Het is te wenfehen, dat hy van anderen gevolgd zal worden. Gelyk kinderen best door beelden worden onderweezen, zo zou men hen, die kinderen zyn in het verftand, met de minfte moeite de waarheden en pligten van het Christendom kunnen leeren, wanneer men hun dezelve in Gefchicdenisfen en Voorbeelden vertoonde." , Geen menfchelyk werk is volmaakt; dit moet men daarom in dit anders zo fraai gefchreeven Stuk niet verwagten. Langwyh'gheid, uit al te groote naauwkeurigheid fpruitende, is het voornaamfte gebrek, dat ons in deeze Verhandeling ontmoet is; doch dit word, door de nuttigheid en aangelegenheid der behandelde Onderwerpen, ryklyk vergoed.

De

Sluiten