Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TUSSCHEN DÉ PLANTEN EN DIEREN. 13

wordt ingelaaten, en gelyk de Koorn-airen zich na het Zuiden ftrekken.

Zo weet men ook, dat de Wortels der Planten zich, met eene foort van afkeer, afwenden van alles wat zy fchadelyks ontmoeten;dat ze de gewoone rigting verlaatenden zich met eene natuurlyke en als onwedcrttandlyke aandrift keeren na waterverzamelingen in derzelver bereik gcfteld. Veele Planten toonen, op een ligt aanraaken, een ftuipagtige trekking in de Vrugtdeclen. Wat eenige uitwerking kaft baaren op een Dierlyk Zintuig, als de drukking van andere lichaamen, hette en koude, dé damp van ontliooke zwavel, van vlug zout$ het gebrek van lugt, enz; vindt men dat ook werkt rp de Planten, met den naam van gevoelige Planten beftempeld. — Maar wy zullen niet liaan blyven om verdere voorbeelden van die foort by te brengen. Wy hebben 'er reeds veele aangevoerd, die in vaardigheid van deeze aandoeningen het fchynen te winnen van eene menigte Dieren. Nti, de beweegingen van Schelpvisfchen eii Zoophytén toe te fchryveh aan een inwendig beginz'el van eigenwillige werkzaamheid; hier van een bewys te ontleenen voor de gevoeligheid van die Weezens; en de meer aanmerklyke beweegingen der Planten toe te kennen aan zekere werktuiglyke uitzettingen of inkrimpingen der declen, veroorzaakt door een van buiten aangebragte werking, is eelie dwaaling tegen den regel der Wyscegeerte, die dezelfde oorzaaken fielt voor uitwerkzels van dezelfde foort.

De_beweegingen zyn, in beide dé gevallen, even zeer gefchikt tot béhoudenisfé van het Weezen, Waar toe zy behooren; ze zyn even onderfcheiden en eenpaarig, en moeten even zeer uit werktuiglyke beginzelen afgeleid, of" erkend worden als merktekens van .gewaarwording. De voortplanting, de voeding, het maakzel, het leeven, de gezondheid, de ziekte, en de dood der Planten, leveren geen onderfcheidend merkteken op tusfehen dezelve en de Dieren. Eene vcreeniging der Sexen , om zyns gelyken voort te brengen, behoort zo wel tot zekere Planten als tot zekere Dieren. Uit- en inademing, uitwaafeming en en indrinking, en waarfchynlyk een omloopcnd vost, behoort tot de Planten zo wel als tot de Dieren. Leeven komt aan deeze Schepzelen der beide Ryken even zeer toe, en fchynt in beide Van hetzelfde beginfel af te hangen. Beide zyn ze buiten ftaat om alle foorten van voedzel gefchikt te doen zyn voor haare zelfftandigheid: want

men

Sluiten