Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S2 LEERREDE

het uitgeparste fap van druiven; de Druiven zijn vruchten van den wijnftok; die 'zekerlijk «ene bijzondere en vlijtige oppasfing der menfchen nodig heeft; maar wij kunnen, en behooren ook te gelijk te weeten , mtne tpaardst£,nï dat alle deeze oppasfingi höe vlijtig,hoe .nauwkeurig, hoe verftandig, hoe kundig, hoe -uitgedacht zij ook zijn mooge * echter op zich ;zeiven niet veroorzacken kan* dat de wijnftok -veel, of, goeden wijn voortbrengt; want niets ij 'er bijna, dat aan zoo menigvuldige fehadelijke toevallen onderhevig is, dan de wijn. De eenvoudigfte Landman moet, even zoo goed als de verftandigfte Natuuronderzoeker, zien en erkennen, dat al zijn arbeid te vergeefsch is, wanneer God daar toe zijnen zegen niec verleent, dac 'er zeer veel van hec wéder afhangt, waar van bekend is, dac hec niec in de machc van een eenig mensch ftaac, maar in alle gevallen alleen door den wil en hec bellier van God geregeld word. Elk mensch kan-en behoord ce weeten, dac een eenige koude rijp in de Lente, een eenige Hagelbui, eene Storm, ééne O verdroom ing, ééne ziekte onder de Druiven, alle moeite, en alle zorg van den bekwaamden Hovenier volkomen en

óf*

Sluiten