Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

va ft' een MEHSCriLIEVEKD GEMOED-. ■ $0?

,„ efi ik ben gewillig haar eenige fchellingen uit myne beurs te j: geeven, om haar daar toe te beweegen."

Dat zoude wel maaken ," zeide Juffrouw barnet, „ dat zy $ zou bekeven zorg voor hem te draagen , en dat zy machtig vriendlyk jegens hem zou fchynen, als gy of ik by haar waren» „ maar wat zal er van het arme kind worden, wanneer wy „ niet tegenwoordig zyn?"

Wel, dan moet hy zyn lot afwagten, gelyk de overige kin-* 4, deren," zei de man.

3 „ De andere kinderen hebben allen den een' of anderen na„ 'beftaanden, om na hen te verneemen ," zeide Juffrouw bar. net; maar deeze arme jongen is geheel ontbloot van allen j, nabeftaanden, vriend, of befchermer. Het arme fchepfel zelve e vertelde my, dat de eenige vriend, welken hy ooit gehad „ had , voorleden week geftorven was."

,, En wie was dat?" zei de Heer barnet.

., Een arme oude aschman ," antwoordde zyne Vrouw.

,, En maakt gy nu al dien omflag, jansje, over een' kleine» „ vriendloozen vagebond, welken niemand kent?" zei de Heer barnet.

„ Indien deeze arme jongen bekend ware en vrienden had, „ zoude hy onze befcherming niet behoeven ," antwoordde»

JuffrOUW b.iRNtT.

„ Dat is zeer zeker," zei de Heer barnet; „ maar, aan de „ andere zyde, is het voor ons zeer hard , de éénige be,, fchermer te zyn van arme, vriendlooze, nergens t'huis be„ hoorende, jongens."

- ,, Dit is maar één jongen," hervatte Juffrouw barnet } „ misfchien zal de Voorzienigheid ons nooit eenen anderen op„ eene zo zonderlinge wyze doen ontmoeten."

,, Wel, waai'lyk , jansje, gij doet my verbaasd ftaan," zei •ie man; ,, gij fchynt zo veel belang in deezen jongen te ftel* „ len, als of hy uw eigen ware."

„ Zo zoudt gij ook doen , indien gy hem flechts gezien „ hadt; hy is een allerbekoorlykfte kleine knaap; en fchoon

hy wat bleek en vermagerd is, zag ik nooit in myn leeven „ een' jongen met mooi.r trekken en een meer inneemend ge-

tt jaat: hy bragt my in gedachten onzen eigen' armen

„ gforge, die dood en weg is" Hier borst zy uit in

traanen, en was, geduurende eenige minuten, buiten ftaat: van te fpreeken.

„ Ik bid u, bedroef toch uzelve niet over hetgeen niet te „ verhelpen is," zei de Heer barnet; ,. gij weet, myn lief, „ dat wij alles voor george deeden wat wy konden, en de „ Apotheker deed ook alles wat hy kon doen; hy kon voor „ den éénigen zoon van eenen Hertog geen grooter aantal van „ drankjens, en hartfterkingen , en juleppen, hebben voorge„ fehreven; want zyne rekening was zo lang als een fpit; dus Nu 4 „is

Sluiten