Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeeldig werkzaam medelyöew

„ is bier geene reden van droefheid of naberouw. —— £tl wat deezen gasthuis-jongen aanbelangt, fchoon hy my ge„ hiel niet raakt, evenwel, omdat hy zo fterk na georgk „ gelykt, ben ik gewillig, weekelyks, uit myn' zak, het oude „ wyf iets toe te leggen , om haar wel zorg voor hem te doen ,, draagen."

Juffrouw barnet fchudde haar hoofd. „ Wel, wat zoudt gy dan willen dat ik deed ?" hervatte de man; „ immers zcudt gy niet willen,dat ik hem geheel uit da „ handen van het oude wyf nam, en zelve den geheelen last „ van zyn onderhoud droeg ?" Juffrouw barnüt glimlachte met een' knik van goedkeuringe. Wel lieven tvd, myne waarde!" vervolgde de man, , gy „ bedenkt niet, hoe vreemd eene vertooning wy zouden „ maaken, met een' armen ellendigen bloed van een' jongen, „ misfchien den zoon van een' a.-chman, onder ons opzicht te „ neemen , en al de kosten van zyn onderhoud te draagen. Ik „ zou gaarne willen weeten , wie 'er ons vour zal bedanken?" „ Onze eigene harten,' zeide Juffrouw barjvet. „ Van den tyd af, dat ik geboren werd , heeft myn hart „ my nog nooit bedankt voor iets van die natuur," zei de Heer barnet; ., en ik ben verzekerd, dat alle onze kennisfan 5, on< zouden uitlachen, en den fpot met ons dry ven."

Al hec gelach van de waereld kan weldaadigheid niet be„ fpotiyk maaken," zeide Juffrouw earket; „ en bekrompen „ zielen mogen er zich aan ftooten, dat zy u zien doen het„ geen zy niet kunnen navolgen: maar de kwaadaartigheid zelve „ ka» noch het vermaak beletten , hetgeen een liefdaadig be„ dryf uw eigen gemoed zal aanbrengen , myn lief, noch de ,, achtmg , welke gy daardoor zult verwerven."

, Zo dat gy het 'er dan op toelegt," antwoordde de man, „ om my te plaagen, tot dat ik deezen jongen in myn huis „ neem ' *

„ Myn toeleg is nooit geweest u te plaagen , maar altoos „ om u gelukkig te maaken , myn lief. lk beken , dat ik aan„ gedaan ben over den vriendloozen toeftand van dit arme „ weeskind, en getroffen door deszelfs gelykenis naar het kind

dat ons in dien zelfden ouderdom ontrukt werd ; en

„ wat het onderhoud van het arme jonge Rhepfel aanbelangt „ dit zal voor ons eene loutere beuzeling zyn, doch van on „ eindig gewicht voor hem; het zal hem misfchien behoeden „ tegen ondeugd, en tegen de ergfte foort van verderf. De ,, nagedachtenis van een' zo liefdaadigen plicht te hebben be„ weezen aan een beminnelyken jongen,gelyk uw' eigen'over„ ieden zoon was, zou, zonder twyffel, u een altoosduuxend ,. genoegen aanbrengen: maar," vervolgde zy, befpeurende dac haar Echtgenoot begon aangedaan te woroen , „ ik wensen „ niet, dat gy iets doet, hetgeen u niet wordt ingegeeven

» door

Sluiten