Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een. n E d. e l m a n. 100

gierigheid geroepen worden , ons niet fchaa? den, indien wij den geest der Weereld onaangenaam vinden , en blijde zijn als wij er van ontflaagch moogen worden, en wij er oris zooveel buiten houden, als onze betrekkelijke pligten kunnen tociaateri. Het geen ons tot eeri kruis ftrekt, zal ons niet ligt tót een' ftrik weezen; maar wanneer die geest tegen welken wij altijd moeten waaken en bidden , ons gemoed befmet , en aan zichzelven gelijkvormig maakt, dan zullen we voorzeker fchade lijden, en dan handelen wij beneden de waardigheid onzer belijdenis.

De waardij des tijds moet insgelijks in aanmerking worden genoomen. Het is een

dierbaar gefchenk, en onze belijdenis van het Christendom opent een ruim veld, om den tijd naar eisch te befleeden. Veel van denzelven is reeds verlooren gegaan, en daarom worden wij vermaand, om den tijd uittekoopen. Ik geloof dat veele dingen , voor welken de gewoonte pleit, verdienen onder de zulken geteld te worden die eenen Christen niet betaamen, om deeze ééne reden, dat ze niet beflaanbaar r.ijn met de eenvouwdigfte kundigheid van het uitkoopen des tijds. Men zegt in het algemeen, wij hebben uitfpanning noodig. Ik flaa het toe, in zekeren zin. De Heer zelfheeft ervoor gezorgd; en omdat onze geest te zwak is, om altijd ingefpannen werkzaam te zijn in overdenking en gebeden, heeft Hij allen menfehen,

van

Sluiten