Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 240 )

PANJAGELLO.

Dat om kwaad te doen is de drijfveer der meesten hedeidaagfchen.

AAPJE.

„ Mijne Vrienden! ik heb deezen dag „ verlooren! was zijn zeggen op het einde n van eiken dag, waarop hij geen gelee„ genheid gevonden had, tot het betooM nen van eenige uitfteekende Weldaad!

PANJAGELLO.

Hoort zulks, o Vorften ! en bloost!

AAPJE.

Hij bewees gunst aan zijne Hovelingen, doch geenzins ten kosten van het algemeen. Den een bevorderende hield hij de belangens der overigen altoos in 't oog.

POCOCURANTE.

Deeze Gefchiedenis fchijnt een rechtvaardig pasq'uil op oiue Ourangoutangs te weezen.

AAPJE.

„ Zijne grondregel; Dat geen Ónder„ daan ongetroost uit de tegenwoordig„ heid van een Vorst moet vertrekken: „ is alleen uitmuntend in den mond van „ een yerftandig Vorst, die, naar eisch * töeftaat 01 weigert: en wiens gocder-

'u'é-

Sluiten