Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDEL. VAN HET BATAVIAASCH GENOOTSCHAP. 519

Verhandelingen van het Bataviaasch Genootfchap der Ktinfien en Weetenfchappen. Derde Deel. Te Botterdam, by R. Arrenberg, en te Amjlerdam by J. AHart, 1787. Behalven het Voorwerk enz. 523 bladz. in gr. %vo.

Dit Deel vervat een aantal van waarneemingen , welken grootlyks dienen ter ophelderinge van veele byI zonderheden, die de Oostindifche Gewesten betreffen, zo ten opzigte van de Landkennis, de Regeering, de Leevenswyze en zeden der Inwoonderen, als ten aanzien van de Burgerlyke en Natuurlyke Historie. Het vangt aan met eene uitvoerige befchryving van het Eiland Su\ mat ra, in zo verre het tot nog bekendis. Een berigt I van de beroemde Indifche Vogelnestjes, en zo ook van, I de Goudmynen op de kust van Celebcs, gaat hier voorts I vergezeld van een vervolg der Javaanfche Historie, mitsgaders van eenige Bydragen tot de befchryving van Japan, 1 behelzende een berigt van de Japanfche Munten, van de I toebereiding der Sacki, den gewoonen drank der Japanners, I eri der Soya, die men als een fmaaklyk zout by gebraad j gebruikt, en verder nog eene lyst van Japanfche Woorden 1 met derzelver Nederduitfche betekenis. Een volgend I Stukje geeft ons verflag van eene doodlyke Watervrees; I en een ander meldt ons welke Boom - Veld - en AardIvruchten Java oplevert, die, by een misgewas vau graaInen, voedzel kunnen verfchalfen. Wyders komen ons I hier'voor, eenige onderrigtende aantekeningen, over de ] Spraak , Weetenfchappen en Kunften der Mallabaaren ; 3 benevens een vervolg van de Bydragen tot de Natuurly\ ke Historie; byvoegzels tot de voorige befchryving van \java , Borneo en Sumatra; en laatstlyk eene, by een I voorheen gegeeven verflag te voegen Verhandeling over

i den Landbouw, in de Ommelanden van Batavia. ■

(Onder het nagaan der opgemelde byzonderheden, is 't ri ons voorgekomen, dat wy veelen onzer Leezeren geen I ondienst zullen doen, met hun eenis berigt mede te dee:Ten nopens die beroemde Indifche Vogelnestjes, waar van I men meermaals hoort fpreeken, doch van welken men I tot nog zulk eene naauwkeurige befchryving niet gemeen ; gemaakt heeft ,"als de Heer Jan Hooyman ons in deezen verleent. Dezelve is te uitvoerig om geheel geplaatst te

wor-

Sluiten