Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. GIPSIESi 411

feéleerd heeft eenig verfchil tusfehen goed en kwaad, deu^d. en ondeugd? Straffen, anderen aangedaan, wegens door hun gepleegde misdaaden , hebben geen uit* werkzels op iemand, die geene genoegzaame aandagt toebrengt , om uit anderer voorbeeld wys te worden: en als zyne0eigene ondervinding hem gevoelig leert, dat hy de handen'van anderer goed moet afhouden, brengen gerin* o-c ftrafien geen duurzaamen indruk te wege t en de ftrengere, waar het leeven mede gemoeid is, kunnen omtrent der n-eftraften niets uitvoeren. Zo lang, derhalven, de Opvoeding onder de Gipfies op dien voet blyft, is 'ergeen hoop , dat 'er eenige Zedebetering onder dat Volk

k°Veèl heeft men gefprooken van de gezondheid der Gipfies, en, in de daad , zy genieten dat Leevensvoorregt onaffcbrooken en volkomener dan de gcregeldst leevende Volken , die zeer oplettend op zichzelven zyn. Tegen alle winden en weer gehard, weeten zy van geene verkoudheden , zinkingen , en dergelyke ongefteltenisfen. Eene heerfchendc Ziekte dringt fchielykcr door in de Wooningen van befchaafden, dan in de Hut of Tent der Gipfies. °Met andere Volken zyn ze onderworpen aan de Kinderpokken en Mazelen ; doch met oneindig minder bevaar van 'er door weggelleept te worden : zy vinden zich bloot gefield aan eene oogkwaal, ontftaande uit den beftendigen rook en damp in hunne Hutten, geduurendé den Wintertyd. In andere opzigten kennen de Gipfies geene kwaaien , tot de tyd der natuurlyke outbinding komc. Schoon dit niet altoos in eenen zeer hoo¬

ien ouderdom Voorvalle, is het doorgaans in een vry ver bevorderden trap van jaaren: 't is iets ongewoons onder de Gipfies vroegtydig , of in de kindsheid , te fterven. Onbefchryflyk fterk is de zugt der Gipfies tot het leeven» nogthans pleegen zy bykans nimmer raad ■ met eenigen Geneesheer, of neemen eenige Geneesmiddelen, zelfs in de o-evaarlyklle Ziekten. Meesten tyd laaten zy het aatt de Natuur , of het goed Geluk , over; indien zy iets doen dan mengen zy eenig Saffraan in hun foep , ook is het koppen en aderlaaten by hun in gebruik. Wanneer de Ziekte klemt, en het waarfchynlyk is dat dezelve met den dood zal eindigen , breekt de Kranke in zugten en klakten uit oVer het aanftaande verlies des leevens,' tot tfat°hy in zyn gewoone verblyfplaats, onder een boom» &ï in een tent, den laatften leevensadem uitblaaze.

G g 3 Naa^

Sluiten