Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE, LES VOOR DE VADERS. 449

traanen van Vadeflyke tederheid, die zy afwischten, terwyl ik,, op die blyken van Kinderlyke deelneeming, nieuwe Hortte.

Geen reden tot wantrouwen omtrent iemand in den huize nebbende, liet ik menigmaal mvn fleutel fteeken in myn Bureau; in deeze had ik , in tegenwoordigheid van myne Kinderen en den Kamerdienaar, twee zakken gelds gelegd, twaalf honderd l.tvru bedraagende. Eenige dagen daar, na Geld noodig hebbende, vond ik , tot myne groote verbaasdheid, flegts een der zakken. Mvn Kamerdienaar, die ik daar over onderhield, lcheen my met hapering daar op te antwoorden. Het bleek, dat hy vreesde my te zullen mishaagen , met de daad aan den dag te brengen. Wanneer ik in 't einde fterk aandrong cm opening te geeven, berigtte hy my, uit zyn kamervenfter gezien te hebben, dat myne Kinderen die zak met geld op het voorplein begraaven hadden , en hy wees my de plaats aan. Veele omftandigheden voegde hy 'er 'by, welke zyn berigt maar al te zeer bevestigde. Hy beklaagde zich, dat een fmaak voor eene verkwistende leevenswyze fin welken myne Kinderen waren opgebragt, ten oorfprong ftrekte van dit fchendig misdryf.

Welk cen pjwging voor een Vader, zyne Kinderen als lcliuldig aan zulk een gru wel ftuk aan tc zien! Myne houding gaf de aandoeningen myncr Zicie te kennen. Ik poogde ze te verbergen, toen myne Kinderen, naar gewoonte,, my 's morgens kwamen groeten. Zy bemerkten myne verlegenheid cn ontroering; zy beefden ais zy my antwoorden zouden op de vraag : hoe zy eenige Louis d'Crs door my, aan hun gegeeven, befteed hadden. Verbaasd hoorde ik uit hun ftamelcnd vcrllag, dat zy 'cr geen een van hadeen uitgereevcn, cn voegde hun, met dczellde ontroering, toe dat zy dan zeker hun fpilzugt zouden geboet hebben, met eenig ander geld, 't geen zy bezaten. Zy bloosden: zy konden alleen door hunne traanen antwoorden. Ik zond ze van my, tefféns verkl aaiende dat zy zich gereed moesten maaken, om den volgenden dag te vertrekken.

Myn Vriend, verbaasd over dit fchielyk bevel van vertrekken aan myne Kinderen , en nog meer over myn ftilzwygcn op zyn vraagen, vertrooste my met al den ersnt die Vriendfchap kan inboezemen ; doch ontdekkende, dat ik geen antwoord altoos gat op alle zyne verzoeken en vriendlyken aandrang , verzogt hy 's anderen daags met myne Kinderen te gelyk te mogen vertrekken. Ik bewilligde hier in gereedlyk.

Eer zy vertrokken, hadt myn Kamerdienaar my gebragt op de plaats waar de zak met geld begraaven lag, ik nam dezelve weg, floot ze op , en ging na myn kamer, ten prooy gelaaten aan de hartgrievendfte overdenkingen. Onuitfpreekclyk ontroerd liep ik myn. 'kamer op en neder. Ik hoorde iemand op het plein, en uitziende, zag ik mvne Kinderen, loopende na de plaats waar het Geld begraaven gelegen had ^Ik ging na een vcrtr*e^

Sluiten