Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0VÈR MÉT GROOTE EN SCUOONE* 237

pei? en bekwaamheden gemeen hebben, en nogthans is het lichaam dof, en de ziel een geest! De eerde werkt en lijdt, de laatde werkt en lijdt ook, maar haare werkzaamheid is denken, en omgang met God en onzigtbaare dingen ! De eerde ilijt wanneer hij lang gebruikt is, de laatde verkrijg! des te meer inwendige kracht en lterkte, hoe langer zij haare bekwaamheden oefenen , en zich in haar element met de edelde bezigheden verzadigen kan! Ook in het lichaam van den onbefchaafdden boer, die van zijn jeugd af nooit een rechte houding heeft aangenomen , ligt de grond tot de fchoonde én bevalligde wendingen en draaijingen des lichaams , zo dra men de opmerkzaamheid der ziele daar heen richt, en haare werkloosheid een fchok kan toebrengen. Dit bewijzen zo veelen, die van het land de ruwde zeden mede naar de dad bragten , maar zeer fchielijk daar zediger en befchaafder wierden. Dit bewijst de hoogte der taktiek of krijgskunst, welke men in onze dagen bereikt heeft. Honderd duizend menfehen kunnen door onderrigt en hun eigen opmerkzaamheid zo ver gebragt worden, dat

ze alle van welk ieder een wezen op zichzelven is,

elk met zijn eigen bijzondere beftemmingen , unren

lang de Item en den wil eens enkelen volgen, en zich, zo draa de gewoone klank in het oor rolt, niet anders gedraagen, als of ze geen van allen vrije fchepzelcn meer waren, als of ze alle beelden waren, die door verborgen -draaden bewogen , of aan één koord geregen, door een enkelen trek in beweeging gebragt wierden. Men kent de verbaazende vaardigheid, die men eindelijk door ijzeren vlijt, door onvermoeid geduld, zeker ook door fterke en wreede middelen, die de Menschheid in onze broederen fchande aandoen, in een gemengden hoop van faamgeraapte menfehen fcheppen kan. Toen voorheen een Oostenrijks krijgsman Wutt-> genau eens naarHalle kwam, en verzogt het vermaak te hebben, om de koninglijk Pruisfifcbe troupen in de wapenen te zien, fchooten dePruififchen, onder aanvoering van Prins maurits van Desfau , eenentwintig-maal in ééne minuut. Het zijn treurige kunften! tot verderf van het menschdom, en niet tot zijn geluk, heeft men deeze en veele andere moordende bekwaamheden , en wreede fpelen uitgedagt l De Menfchenvriend weent over deeze verfchriklijke uitvindingen , en wendt het oog af, van de vreeslijke tooneelen 9 waar men den dood vleugels geeft, en zijne gruwlijke verwoestingen vermenigvuldigt. Doch de Natuuronderzoekef ; denkt over deeze voorbereidingen, die de Natuur tot alle

V.DEEL.N. ALG.tETT.NO.6. R, d««*

Sluiten