is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. VAN HAMELSVELD, DE BRIEVEN VAN PAULUS. 447

sjVS.S. Even daarom, hoewel ik zoo veele vrijmoedigheid zou kunnen gebruiken, om u als een Christen te bevelen, het geen betaamlijk is, wil ik nogthans liever, 9. om deze liefde, u verzoeken, ik een paulus, een man op mijne dagen — en nu ook een gevangen

10. om jesus christus wil. Ik verzoek u, voor

mijnen zoon, die juist in deze mijne banden mijn zoon

11. geworden is voor onesimus, die, hoe zeer hij

u te vooren onnut was, thans u en mij dienftig zal zijn, en dien ik nu tevens aan u weder zende. ■

12. Neem hem, dien ik zoo teder bemin, als mijn eigen hart, in gunfte aan.

13. ,,Geern zou ik hem thans bij mij gehouden hebben, op dat hij, in uwe plaats, en uwen wege, mij ten diende zou zijn in de gevangenis, daar ik, om de

14. Euangelie-leere, mij in bevinde; doch ik heb daarin niets willen doen zonder uw goedvinden; op dat uwe weldaad niet zoude fchijnen, door nood afgedwongen te wezen, maar op dat dezelve vrijwillig zoude

15. gefchieden; veelügt was hij ook daarom voor

eene poos van u gefchciden, op dat gij hem nu voor

16. altijd zoudt bezitten niet zoo zeer voortaan als

een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht,

als een geliefden broeder dat is hij mij groot-

lijks, en hoe veel te meer dan u, wien hij, en naar het lichaam en als Christen, toebehoort.

17. „Indien gij mij dan voor eenen vriend houdt, met wien gij alles gemeen wilt hebben, zoo neem hem in

18. gunst aan, als of gij mij aaunaamt. Heeft hij

u iet ontvreemd, of is hij u iet fchuldig, del dat op

19. mijne rekening. Ik paulus geef u hier mijn eigen haudfehrift: ik zal liet betaalen. -— Ik wil nu niet zeggen, dat gij alles , ja u zelven , aan mij fchuldig zijt.

20. Ja, broeder! laat ik dezen dienst van u, met betrekking op den Heere , genieten ! Verkwik mijn hart, als

ar, mijn mede-Christen ! lk fchrijf dit met vertrouwen, dat gij mij gehoor zult geven. Ik weet,

dat gij zelfs meer zult doen, dan ik zeg." Den nadruk dezer voorfprake brengt ons de Heer van Hamelsveld, in zyne Korte Aanmerkingen, verder nog dus onder 't oog.

„vs. 8.] Welke krachtige drangredenen! Ik kon u bevelen,' maar ik wil liever verzoeken. —— Gij zijt een Hh 4. Chris.-