Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT,

De zulken onder mijne Landgenooten, die wel ecni* gen prijs op mijne Gedichten hebben willen ftellen , fpoorden mij reeds federd jaaren aan, om dezelve, en vooral de Lierzangen, die nu in de werken van verfchiilende Genootfchappen of elders verfpreid, niet te bekomen waren, zonder dat men zich alle die werken aanfehafte, in eenen Bundel bijéén te zamelen, en onder mijnen naam uit te geven. De tijden , en mijne bijzondere omftandigheden, hebben mij tot hier toe altijd belet, om aan dit, voor mij zo vleiend, verzoek te voldoen, en mooglijk zoude ik 'er nog niet toe beflooten hebben , indien mijne telkens meer en meer afnemende gezondheid mij niet aanried , om 'er eenen aanvang mede te maaken, indien ik geen gevaar wilde loopen, dat men eens alles, wat ik immer vervaardigde , en daar zeker veel onder is, 't geen ik niet meer voor 't mijne erken, op de gebrekkigfte wijze in 't licht deed verfchijnen. Ook is het niet waarfchijnlijk , dat deeze foort van Gedichten immer door mij vermeerderd zullen worden. Ten minden reeds federd eenige jaaren heb ik den Lierzang vaarwel gezegd , overtuigd, dat diergelijke Dichtwerken niet dan in het * « vuur

Sluiten