Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gods GOEDERTIERENHEID. 19

Daar zal, na duizend vorderingen, Door tallooze eeuwen meer volmaakt, Eb rijper voor uw' lof, mijn ziel die liefde ook zingen, Die nimmermeer haar toppunt raakt. — O Gij! wien alle lof ontluistert,

Hoe rein uw Grootheid hem erlang' — j/ergcef, vergeef den worm, aan 't zinkend ftof gekluisterd, Zijn liefde en lofgezang!

Moet daar, ook daar! mijn tong bezwijken; .

O God, wat tong bezwijkt daar niet! Triumf! ik zie het koor der vleklooze Englen wijken

Op d'aanhef van mijn ftaamrend lied! — Wie ooit voor U hun toonen menglen, Wat luister eens uw' Troon omfchijn', Toch zal het fchuldig kroost van Adam onder de Englen

Uw hoogfte lofzang zijn! [ 1783. B> ' *>E

Sluiten