Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de AARDE VERHEUGE HAAR! 15

Hoe vielt gij uit den hemel neêr, Gij, Zoon des Dageraads weleer!

Die tot Gods Troon wóudt klimmen! Hoe raakt het Doodenrijk beneên In oproer bij uw binnen treên, Enwaart cnwoclt door cen,en wekt zijn bleekcfchimmenj De aloude Wcrelddwingers ftaan Verbaasd aan hunnen troon ontftegen, En zweven (pottend met uw' waan, Uw aankomst honend tegen.

Zij (prei;en beurtelings u toe:

„ Ook gij, des Aardrijks Geefclroe,

„ Wiens magt geen magt kon (luiten! „ Ook gij, ook gij, aan ons gelijk? „ Ook gij gedaald in 't fchimmenrijk 5, Met al uw pracht en 't zoet gcklank van uwe luiten? „ Ook gij in 't (lof des doods verplet, „ Gij, wien geen wereld kon verzaden, „ De wormen zijn ook u tot bed, „ Tot dekfel vuige maden?

Juich,

Sluiten