Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï4 EERSTE AFDEELING.

ken, dat een zeker gebrek aan menfchelijkheid een vlek is 5 die de gandfche oudheid misvormt. Hier vinden vrij het tegendeel. Jefus toont bij zijn ontwerp eene goedheid des harte, eene menschlievende welwillendheid, welk.? zig over allen uitftort en waarlijk ecnig inhaarfooit ïs. Voor of na is geen menfchc'ijke geest zo nabij der Godheid gekomen, heeft zig zo tot het hoogfte en volkomcnfte model van goedheid en alles omvattende liefde verheven, als Jefus, wiens liefde zig even zo over alle menfehen uitftorten en allen gelukkig maken wil, als de liefde van den Oneindigcn alle wezens overftroomt O). Menfehen! die het waa^t den S'igter van het Chriftcndom te veragten, ja zelfs te lasteren, blijft bij deze gedagte ftaan 1 Befchouwt hem van den kant zijnes Üefdcvollen harte , en overlegt; of het verftandig , of het edelmoedig zij, eenen man te lasteren, wiens gaudfche hart, naar het getirgen's der gefchiedeïiis , liefde was; en voornemens te fmaaden die eene algemeene welwillendheid zonder voorbeeld vertoonen, en voor elke edele ziel moesten eerwaardig zijn , al was het zelfs, dat zij van geene weldadige uitwerkingen gevolgd, tn flegts wenfehen gebleven waren.

Juisr deze goedheid des harte, deze onbeperkte menfehqnliefde is ook de hoofdinhoud zijner leere , de grondllag van alle zijne voorfchriften. Niemand mag zig' zijn leerling noemen, die het niet in deze welwillender) MATTH. V. 43 48. XXVIII. l8, IQ. SO. MARC,

SjVI: 15.

V **

Sluiten