is toegevoegd aan uw favorieten.

De gronden mijner geloofs-belijdenis, opengelegd voor mijne kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE AFDEELING. 237

verbonden is met benadeeling van het geen ik aan God, mijzelf, of anderen, ftellig vcrfchuldigd ben.

Wanneer ik dezen of geenen pligt niet met opzigt tot allen, maar flegts met opzigt tot eenige weinigen, volbrengenkan. moet ik denzelven betragten met opzigt tot hen, met wien ik door de Voorzienigheid in de naüwfte betrekking verbonden ben. Ik heb b. v. één brood uittedeelen, en er zijn veele armen in mijn Vaderland. Mijne fladgenooten zijn mij nader dan mijne landgenooten; mijne bekende nader dan de onbekende; en is er een, die mij te voren heelt welgedaan, dan kieze ik dezen uit, en beoefene dus zo wel de dankbaarheid als de weldadigheid. Hier uit trekke ik ook dit gevolg;

Dat ik, in eene keuze van elkander uitfluitende pligten, ook dien kiezen moet, welke de vrugtbaarfte is in goede gevolgen. Wanneer ik, door weldadigheid te oefenen, een geheel huisgezin kan redden, moet ik dezelve niet betragten, om één enkel mensch te helpen. Eene Had is meer dan een huisgezin, en het geheele Vaderland meer dan een enkel gedeelte.

Maar met opzigt tot de geheele zedekunde moet ik u eindelijk deze regiilen opgaven.

1) De pligten jegens God, uit deszelfs deugden voordvloeiende, als eerbied, ontzag, liefde, vertrouwen, moeten door geene pligten omtrend ons zclyen, of anderen, inbare uitoefening geftremd worden.

2) Wanneer de pligten omtrend ons zeiven onbegaanbaar zijn mer de pligten omtrend onze medemenfehen, dan moeten wij de eerfte boven de laatfte verkiezen, vermits wij niet verpligt zijn, onze naasten boven, maar alleen nevens ons zeiven, te beminnen.

P a Gij