Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3=C *40 ):( gaven, dan de zijne vermogen te doen ? Wie tog in de leer van het aanwezen Gods, van de onfterfiijkheid derziele, en van eenen toekomenden ftaat van vergelding, de heerfchappij van ons vernuft alleen, bij uitfluiting , eerbiedigt, en zo van alles, wat buiten ons is, afzondert (i/o/eert,) dat God zelve, als'c ware, een voordbrengfel van ons eigen vernuft wordt, fluit alle onmiddelijk onderwijs van God met opzigt tot zijne redelijke fchepfelen, of geheel buiten, of onderfchikt hetzelve aan onze eigene voorafgaande en onafhanklijke vernuftswerking , en wijzigt hetzelve zo naar die begrippen, dat het geheel van natuur en gedaante verandert. Ons vernuft mag, ja moet, alles toetten, wat ons als waarheid voorgefleld wordt; maar dit vernuft zelfs gebiedt ons te gelooven \ in alle gevallen , waarin vernuftige gronden voor dat geloof gevonden worden; al kan ons vernuft zelve die waarheden niet uitvinden. Dit heeft zelfs in ons dagelijkfche leven, ontelbare reizen,plaats. Sommige Kantiaanen komen er egter openlijk voor uit, dat eene Goddelijke openbaring in 1 zigzelf onmogelijk is; of zo zij mogelijk, ja dadelijk aanwezig was , egter, als zodanig , door het menfchelijk verftand, noch zoude kunnen, noch mogen erkend worden! Verbrijzelende wijsbegeerte! Het eerbiedig erkennen van Gods aanwezen, is waarlijk het onmiddelijk gevolg van den eerflen menfchelijken vernuftigen blik in de natuur. Het erkennen van de onfterflijkheid, en eenen ftaat van

ver-

Sluiten