is toegevoegd aan uw favorieten.

Overysselsch advysboek, behelzende merkwaardige zo consultatoire als decisoire advysen en sententien, van veele voornaame rechtsgeleerden in Overyssel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 OVERYSSELSCH

daar toe een tyd aan het Stadgcricht van Ootmarfum te noemen, uitwyzens de Memorie fub A. imo, 't welk fchoon dit wel een vrywillig geprasfenteerde eed was, dewelke iemand vryelyk mag aanneemen en ook verweigeren, Lud. Gunth. Martini comment. forenf tit. 17. n, 17. zonder door die te verweigeren de zaak te hebben 'willen geavoueert, of dat daar uit ten voordeele van de Aanleggeren zoude werden gedecideert, (alzo daar toe geene limpele infinuatie, die maar een extrajudicieele handelinge is, genoeg is, maar een eifch en conclufie in den Gerichte gerequireerd werd. Joan. Sand. dec. 7. Frif. lib. 1. tit. 6. def. 3,) als wel anders in een gerichtelyk geoffereerden en gerefufeerden eed, na onze en de Saxifche en andere rechten plaats heeft, M. Winhoff Landr. part. 4. art. 17. de juramentojudiciali. Bened. Carpz. def.for.part. I. conft. 12. def. 19. Mevius jus Lubec. p. 5. t. 8. n. 2. egter het vertrouwen betoond, dat de Aanleggeren op de waaragtigheid van dat gefchrift en van het geene daar in vervat is, komen te geeven, en haare gerustheid ontdekt om de Ge.' daagde zelvs Richter over deszelvs echtheid te maaken. En dat aan de andere zyde, de Gedaagde noch in het antwoord, noch in het Duplycq het meergemelde gefchrift heeft gedis. avoueert, ofte voor gefingeert en voor onwaarachtig gehouden , of het zelve eenig geloove willen onttrekken, maar het zelve fimpelyk dan eens het Document , en dan eens de conventie by de fommatie geappliceert genoemt, vide Antw. art. ld. 30. en 34. En of wel dezelve by zyn preliminaire vraag van den 19 Sept. 1746, ten Prothocol'le, en naderhand by Duplycq art. 10. 130. en 153. het wel het pratenfe contraÜ, of prcetenfe conventie heeft willen noemen, zo bewyst egter het ganfche beloop zyner gemaakte fchriftuuren, dat hy daar mede niet zo zeer op den inhoud van die conventie en derzelver woorden en uitdrukkingen doelde, als wel op de abufive extentie , die de Aanleggeren na de gedagten des Gedaagden daar van zogten te maaken,- en dat de Gedaagde daar mede niet heeft willen betekenen, dat zodaanige conditiën, als voorgemeld, by de verdeelinge des gemeenen Kamps,

niet