is toegevoegd aan uw favorieten.

De waare geluksbedeeling, brieven, en nagelaaten gedichten.. [Gedichten en fabelen.]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN. 75

Hoe vcele handen, aan verraad en roof gewoon, Oragraaven 't ryksgcbicd, en fchudden 's Vorsten troon! ö Volk! ö dierbaar Volk! gy weet door looze laagen Geen Haat te ontroeren, de aard' geen doodfchrik aan te jaagen; Of, zo ge uw hulp fomtyds de fnoode boosheid wyd, En by haar werktuig ook haar deerlyk offer zyt, Uw fchepen dobberen op 't blaazen van de Grooten, Die ze in een' rampörkaan eerlang te barsten ftooten. Het woedend boschgedierte, op moord en bloed belust, Vernielt zich onderling, daar 't al het woud ontrust; En in dat bloedig woud , te vrede met zyn' zegen, Doorgraaft de mier gerust zyne onderaardfche wegen.

Dank zy d'algoeden God, wiens wysheid my onttrekt Aan een' verheven rang, die eenen afgrond dekt! Ik heb in myne wieg, by d'ouderlyken zegen, Geen grooten naam, geen fchat, geen waardigheên verkreegen; Maar, zo ik deugd bezit; indien ik, naar myn magt, Bedrog en flaverny kloekmoedig heb veracht; Zo ik gevoelig ben voor 't werkzaam medelyden; Zo ik der vriendfchap een ftandvastig hart kan wyden; En zo ik de ondeugd haat en moedig durf weêrftaan, Dan ben ik waarlyk groot, en van 't geluk voldaan.

K 2 Zou