Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'X h ):(

■WöMeiï, om 'er meerder te zullen bekoomen — Goede hemel! dagt ik bij mij zelve , in wélke benaauwende omftandigheedcn bevind het verduft en de wijsheid zig menigwcrven» — Hier lïaat ecn Man voor mij, van erkende g,oote verdienften, - die zig blijkbaar inde uitcevile verlegenheid bevind ; - die Van zijne Landsluiden over t hoofd gezien ; verwaarloosd en vergeeten word en die cene kortfiondige, nietsbeduidende onderfteumng zoekt, in de welwillenhcid van eeren hem voülrekt onbekenden vreemdling! - Helaas' dus vond ik het genoegzaam allerwegen in Europa met den verftandigen Man, met de uitmuntende' vernuften geiteld! _ ö! Hoezeer moet ik-bloozen over dit gebrek aan Memcfuevenhcid bij mijns' gelijken!

Tot dus verre had de vreemdling te midden in mijn kamer geftaan; cn, uit hoofde mijner «e* ftrooide en geemlijke gedagten, had ik verbeten | hem te verzoeken, om plaats te necmen. — Thans tot mij zeiven wederkeerende, deed ik zulks zo goed als ik kon, cn voor mijn verzuim verfchooning vraagende.

Met een zigbaare befchroomdheid zettcde hij zig naast mij neder. Deeze Man, dagt ik, zal met zijn lchuuwheid en befchroomeheid 'er nooit boven op komen! Hij is veel te ootmoedig; veel te wantrouwende aan zig zelf. Over een paar eeuwen kon dergelijk eene nedrigheid hem den weg tot ecrgeïtoelten en amten gebaand hebben; maar heden fluit hij zelfs dien weg voor hem.toe..

Oo~

Sluiten