Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE BRIEF. 21

en ik twijlfel niet of het zal U overtuigen, hoe veel de Schrijfïler 'er van verdient, dat-wij haar aan de handen van den godloozen Hurt onttrekken.

Nu , lieve Zuster ! ik wacht met fmart uw antwoord. Weiger mij uwen bijftand niet; onze Ouders overleden zijnde, zijt gij immers de naafte, die zich

mijner behoort aantetrekken. Ik vertrouw ook

hier op, en zal 'er U altijd dankbaar voor zijn.

Julik Charlotte Renné.

NASCHRIFT. -

Zoo als ik deezen wilde afzenden, wordt de

Graaf, onderfteund door een van zijne Knechts zwaar in den arm, en de dije gewond , in huisge-

bragt. Hij heeft gevochten met een Officier, die

hier in de nabuurfchap woont. ■ De twist is

over de Jacht ontdaan , de wonden zijn niet gevaarlijk, doch hij heeft 'er de koorts bij, en moet te bedde blijven! Zoude dit niet eene wel verdiende ftraf zijn, die de Hemel hem toezendt, voor

zijne godlooze levenswijze? Dit onverwacht

geval kan ons dienst doen in onze vlucht. -— Zend toch Dirk fpocdig met uw antwoord te rug; denk dat het twee ongelukkige Vrouwen zijn, die op uwen brief wachten! Vaarwel.

B 3 MY-

Sluiten