Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor

l BELLAMY.

De kroon, o Bellamy! die uw verdiende u gaf! Waar meê gij voor het oog, van Neerland Hond te prijken,

Ontviel u niet; maar ftaat, of fchoon gij zonkt in 't graf, Tot uw verdienden roem aan deeze naald te prijken.

Aan deeze naald! — helaas! — aan deeze naald! — ach die Herinnert mij uw dood! — 't gemis van uwe zangen.

Zo vaak ik uwe Lier aan deeze grafnaald zie, Dan moet ik deezen toon al wcenende vervangen :

„ Trof dus zo vroeg de dood, den fchrandren Bellamy? „ En is der fchoone kunst dien zwaaren flag gegeeven,

„ Die heldre ftar gedoofd, der Dichtren Maatfchappij'. „ Vernuft! wat zijt gij toch in 't ras rerganglijkleven?

C 2

Sluiten