Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN FRANKRYK.

3t3

„ Hoe meer rousseau voor zich-zelven bleef, „ en de menfchen , die hem zo dikwerf en zo „ bitter beleedigd hadden, trachtte te ontvlieden , „ dies te meer wierd hy het voorwerp van hun„ nen fpot, haat en hejmejyke vervolgingen. „ Wat hy ook deed , of niet deed , alles wierd „ kwaalyk uitgelegd, waarby men hem altoos juist „ van de laagfte beweeggronden bcfchuldigde. „ Gaf hy iets aan een arm mensch , dan was „het: „ ziet den Farifeeuw! " Gaf hy niets: „ ziet hier den menfehen-vriend! " Wierd hy „ fterk aangedaan , wanneer hy over de deugd „ fprak : „ ziet eens dien Tartufl'e ! " Prees „ hy de liefde: „ dan was hy een bosch-god!" „ Las liy de nieuws-papieren : „ dan dacht hy

_ „ oproer te verwekken ! " Men misgun-

„ de hem de genegenheid van eenig menfchelyk

wezen, en trachtte hem daarvan te berooven. „ Het volgende is een gebeurde zaak: In de „ laatfte tyden van zyn verblyf te Parys, be-

mindde hy by uitftek de plaats, alwaar de mi9 litaire fchool is aangelegd , op het zogenocm-

„ de

hart, door de volgende vraag: „Eene zaak, myn Heer „ rousseau ! wenschte ik wel van u te weeten : uwe ,, kinderen? " — Rousseau bedekte, by deeze woorden, zyn gezicht met beide handen, en borst in een ftroom van traanen uit. Dit was zyn antwoord.

MERCIER.

Y4

Sluiten