Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maandlyksche katalogus , Mengelwerken , &c. 503

ongunftige proeve verftrekken van de verftandige en oordeelkundige aanmerkingen, die het geheele werk door verfpreid zyn.

„ Ik fteek het onder ftoelen noch banken; want wat heb ik, „ ouwerwetsch oud vryer, enhollandsch mensch, toch , dat wat „ zeggen wil, te maaken, met de mode en de ton; en waarom

zou ik befchaamd zyn, om te belyden, dat ik alle daag ten

minfte een halfuur; doch dat kan ik zo vast niet bepaalen;

want zie, dominé, als het werk my eens buitengemeen toej, valt, dan blyf ik wel eens met die vroome lieden wat langer „ aan de praat; goede vrienden zyn toch dieven van den tyd _ „ halfuur in Gods lieve reine woord zitte leezen; en dasr kon „ ik maar voor uit als een heer; niet alleen by u, myn goede

vriend, dominé Redelyk , maar overal daar het te pas komt;

ook by lieden, die denken; „ kom, kom, dat is nog een ouwe

„ raare gewoonte van dien man; en wat kwaad is 'er by?' Zo ff dat ik maar zeggen wil, dat ik alle daag nog trouw in den By bel „ lees. En dat ik daar dan over zit te peinzen en te fpeculeeren „ en in my zelf te praaten, ea my benaarltig, om overal iets leer-

zaams, of tot nut en troost uit te haaien , beide in leven en „ in tterven, amen! amen! Niet dat ik daar, als een gedwongen „ fchooliongen, met Gerefis begin, en met de Openbaaring van „ Johannes eindig; van Johanijes, daar ik buiten dit, zo krach,, tig veel van hou, dat ik zo wenfehen kon, om met hem op „ het eiland Pathmos gabannen te zitten; indien ik geen vryge

vogte Nederlander ware, van ouwers iot ouwers, en gevolg. „ lyk geen üefnebbery altoos heb voor bannisfementen en fojrt „ gelyk geweld. Nu, dat doet 'er niet toe, om daar met hem „ te kunnen fpreeken over: hy, die zyn broeder niet liefheeft, „ dien hy gezien heeft, hoe kar.hy God lief hebben . dien hy niet gr-

zien heeft; dewyl het maar eene waarheid is, het ojg wil ook „ wat hebben; en ook, om dat wy menfchen toch o;ize zinnen j, brood noodig hebben, wyl dat, om het zo eens te noemen „ de boodfehappers zyn van alles wat 'er, zo al buiten ons, op' „ zekere afftanden omgaat- Neen, dominé, zo lees ik jsaren „ herwaards Gods lieve reine woord niet meer. Wel, tusfchen „ u en my, daar zyn geheele pfalmen DaviJs, die ik nooit meer

lees. Ook geen fikkenpit meer van al den Joodfcheu omhaal „ al dat gewas en geplas, al die reinigingen; want ik zeg tegen'

my zelf: wel Abraham Blankaart, wat heb jy op je ouwen dag „ doch met al dat wasfehen en plasfchen te doen. Je bent i;n„ mers een zindelyk man , en hebt geene dier katyvigheden, die „ onder het oude Joodfche volk grasfeerden. En in je vaderland 7/ is het zo puik heet niet,en het overmoedig gebruik van fchoon ,, rein Haarlemmer bleek linnen kan het u wel doen, (hoewel „ ik in myn jeugd des zomers zwom als een eend, maar dat doet H 5 }, 'er

Sluiten