is toegevoegd aan uw favorieten.

Oordeelkundige bybelverklaring. Of, De eere en waarheid der godlyke openbaringe van het Oude en Nieuwe Verbond.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444 Oplosfmg der zwaarigheden in de

hun fterk aandrongen; zo zag ik my genoodzaakt, om my, enkel en alleen tot myne redding op den Keizer te beroepen , zonder in het geringfte het oogmerk te hebben, als of ik tegen myn eigen volk eenige befchuldiging in wilde brengen. Om deeze reden heb ik u dan laaten verzoeken, u by my te moogen zien en te fpreeken. Want inderdaad betreft het alleen (zz~) de gemeenfchaplyke hoop van Israël, den zo Jang verwachten , en zo hartlyk begeerden Mesfias, dat ik deeze keten moet draagen: weshalve ik my ook gevoeglyk alle genegenheid en goedwilligheid van u belooven kan en mag.

Hierop verklaarden zy, dat zy inderdaad niet tegen hem of zynen perfoon ingenomen waren : vermits zy zynenthalve noch Brieven van hunne Broeders in Judea gekreegen, noch ook iemand van hun volk aangekomen was, die iets naadeeligs van hem zou bericht hebben. Ondertusfchen hielden zy het echter voor billyk, hem zeiven daarover te ondervraagen, wat voor byzondere gevoelens hy veellicht by zich zeiven voedde. Want dit wiften zy echter, dat deeze Religiegezindheid, welke hy toegedaan was , overal tegenljpraak vond. Hier toe beftemden zy ook eenen zekeren dag. En op denzelven kwamen zy in grooteren getalle, dan de eerfte maal, tot hemin zyne wooning. Welken hy met met veel iever en nadruk de waare gefteldheid van het Koningryk des Mesfias verklaarde, en geloofwaardig bericht aangaande de gefchiedenisfen van Jefus mededeelde, waarmede hy de voorzeggingen, zo wel in de Boeken van Mofes (*_), als

ook

C») Hand. XXIII: 6. (*) Gen. III; 15, enz.