is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwing van het heel-al.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76 BESCHGÜWIHG

zonder dezeiven, tot hun verderf, aan eikanderen ce drijven, wilde oplosfen , dan eerst, geloove ik, zouden wij maar diergelijken hebben te bcvreezer>. Het volgt echter uit alle inrichtingen van het waereldgebouw, dat de onderhouding van geheele waereldligchaamen aen der eerfte oogmerken van de fchepping geweest is.; en dat de waereld op. den duur gemaakt, en niet een werk van weinige oogenblikken is. Wij zien oogfchijnlijk, dat in de natuur de duurzaamheid der fchepzelen aan hunne voortreflijkheid en gewigt geëvenredigde trappen heeft. Daar zijn infekten, die maar eenige uuren of dagen tot hunnen geheele leeftijd behoeven; aan anderen zijn maanden tot duurzaamheid befiemd; de grootere. dieren leven jaaren lang. De mensch, de Heer der dieren, overleeft hen meerendeels allen, en kan zomwijlen eene geheele eeuw tellen, eer zijn aardsch ligchaam weder in het ftof terug zinkt, waarvan hij genomen is. In 't algemeen zien wij, dat zich al dat gene, hetwelk aan de verganglijkheid het ligtst onderworpen is, op het dikwijlst vernieuwt of verandert; alleen geheele waereldligchaamen zullen, veele jaarduizenden , voor alle verftooring of verandering beveiligd, ongeftoord zich in hunne kringen wentelen, en hunne gantschlijke verftooring of omvorming fchijnt enkel van den onmiddelijken wil der Almacht af te hangen, waar over wij niet beflisfen kunnen. Maar gefteld , dat ook geheele zonnenftelzels te grond gingen, zoo zal het der oneindige fcheppingskracht van God nooit aan vermogen ontbreken , wanneer het zijne wijsheid

be».